Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in verzet
- de akte van Den Reast met producties;
- de op 26 april 2023 gehouden mondelinge behandeling, waarbij [appellante] met haar advocaat is verschenen en Den Reast is verschenen bij [persoon A] met haar advocaat, namens partijen spreekaantekeningen zijn overgelegd en [appellante] de vooraf ingezonden productie 9 heeft willen inbrengen.
2.De beoordeling in hoger beroep
- primair: tot het alsnog afwijzen van de vordering van [appellante] ;
- subsidiair: tot toewijzing van de vordering van [appellante] onder de ontbindende voorwaarde dat [appellante] binnen veertien dagen na het te wijzen arrest de bodemprocedure start;
- meer subsidiair: dat het hof een juist geachte voorziening treft;