Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[de vennootschap] ,
[geïntimeerde 2] ,hierna aan te duiden als [geïntimeerde 2] ,
[geïntimeerde 3] ,
gevestigd (geïntimeerde sub 1) althans wonende (geïntimeerden sub 2 en 3) te [vestiging/woonplaats] ,
[geïntimeerde 4],
11.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 5 oktober 2021;
- het deskundigenbericht van 9 juni 2022 met daarbij als bijlage de reactie van [appellante] op het concept deskundigenbericht;
- de memorie na deskundigenbericht van [appellante] van 12 juli 2022 (met producties 13 t/m 18);
- de antwoordmemorie na deskundigenbericht van [geïntimeerden] van 23 augustus 2022 (met productie 43);
- de antwoordmemorie na deskundigenbericht van [geïntimeerde 4] van 23 augustus 2022.
12.De verdere beoordeling
€ 38.223,00, vanwege de door [appellante] gestelde wanprestatie en ontbinding van de overeenkomst met [de vennootschap] , respectievelijk [geïntimeerde 4] , heeft het hof overwogen dat de aard van de door [de vennootschap] en [geïntimeerde 4] geleverde prestaties uitsluit dat zij ongedaan gemaakt worden. Dit betekent dat daarvoor een vergoeding in de plaats treedt ten belope van de waarde van de prestaties op het tijdstip van ontvangst. Alleen indien en voor zover een prestatie niet aan de verbintenis heeft beantwoord, wordt deze vergoeding beperkt tot het bedrag van de waarde die de prestatie voor de ontvanger op dit tijdstip in de gegeven omstandigheden werkelijk heeft gehad. [appellante] is in de gelegenheid gesteld nader toe te lichten welke tegenover de betaalde facturen staande prestaties volgens [appellante] niet aan de verbintenis hebben beantwoord en welke waarde deze prestaties werkelijk hebben gehad.
- € 690,00 inclusief btw per maand tot en met november 2013;
- € 1.013,70 inclusief btw in december 2013 (zonder de korting als gevolg van de afzonderlijke facturering voor training door [geïntimeerde 4] ) en
- € 804,66 inclusief btw in januari 2014 (€ 1.013,70 inclusief btw min € 209,04 korting).
€ 9.010,92 wegens ontbinding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 februari 2014 en een bedrag van € 2.050,80, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 januari 2019, als vergoeding van de kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid.
13.De uitspraak
€ 9.010,92, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 februari 2014 en een bedrag van € 2.050,80, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 januari 2019;