ECLI:NL:GHSHE:2023:1075

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
4 april 2023
Publicatiedatum
4 april 2023
Zaaknummer
200.316.294_01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 6.4 Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens ontbreken van grieven

In deze civiele procedure was appellant in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter. Appellant had bij dagvaardingsexploot opgeroepen tot verschijnen en aangekondigd grieven te zullen indienen ter onderbouwing van de eis. Echter, na het terugtrekken van de advocaat van appellant en het niet stellen van een nieuwe procesvertegenwoordiger, werd geen memorie van grieven ingediend.

Het hof wees de zaak meerdere malen toe voor het indienen van de memorie van grieven en het stellen van een nieuwe advocaat, maar appellant nam geen van deze stappen. Hierdoor verviel het recht om grieven te dienen op grond van artikel 6.4 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven.

Omdat appellant geen grieven heeft aangevoerd, verklaarde het hof appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Tevens werd appellant veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, bestaande uit griffierecht en salaris advocaat. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2023.

Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.316.294/01
arrest van 4 april 2023
in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats], Frankrijk,
appellant,
hierna aan te duiden als [appellant],
advocaat: mr. A.K. Tosun te Rotterdam, onttrokken,
tegen
[geïntimeerde ] h.o.d.n. [handelsnaam],
wonende te [woonplaats] en zaakdoende te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde ],
advocaat: mr. B.H.A. Augustin te Maastricht,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 8 november 2022 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, onder zaaknummer 7849321 CV EXPL 19-4317 gewezen vonnis van 2 maart 2022.

5.Het geding in hoger beroep

5.1.
[appellant] heeft bij dagvaardingsexploot van 31 mei 2022 [geïntimeerde ] opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 27 september 2022, waarbij in een nog in te dienen memorie van grieven nadere gronden zullen worden aangevoerd ter onderbouwing van de eis en conclusie zoals in de appeldagvaarding vermeld.
5.2.
Bij genoemd tussenarrest is een mondelinge behandeling na aanbrengen bepaald op
6 februari 2023. Bij H2-formulier ingediend op 2 februari 2023 heeft de advocaat van [appellant] zich aan de zaak onttrokken. De geplande zitting op 6 februari 2023 is niet doorgegaan. Het hof heeft de zaak vervolgens naar de rol van 21 februari 2023 verwezen voor de procedurestappen ‘procesvertegenwoordiger stellen appellant’ en ‘memorie van grieven’. Ook op die rol heeft zich voor [appellant] geen nieuwe advocaat gesteld en de memorie van grieven is niet genomen. Ingevolge artikel 6.4 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven is daarmee het recht van [appellant] om van grieven te dienen vervallen. Daarna heeft het hof de zaak verwezen naar de rol van 7 maart 2023 voor ‘beraad partijen’. Op diezelfde rol heeft [geïntimeerde ] bij H10-formulier het hof verzocht om arrest te wijzen.
5.3.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.
6. De beoordeling
[appellant] heeft tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven aangevoerd. Dit brengt mee dat [appellant] niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
[appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep.

7.De uitspraak

Het hof:
verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde ] tot aan deze uitspraak begroot op € 783,00 aan griffierecht en op € 591,50 (0,5 punt x tarief II) aan salaris advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 4 april 2023.
griffier rolraadsheer