Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/396797 KG ZA 22-169)
2.Het geding in hoger beroep
- de appeldagvaarding in kort geding tevens houdende memorie van grieven, en verzoek behandeling met bijzondere spoed met prod. 1 en 2;
- de rolbeslissing van het hof van 28 juni 2022
- de akte uitlaten van 5 juli 2022 aan de zijde van appellante;
- de aanvullende akte uitlaten van 5 juli 2022 aan de zijde van appellante;
- de memorie van antwoord tevens houdende incidenteel appel;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel met prod. 1 tot en met 5;
- de akte na partijberaad van 10 oktober 2022 aan de zijde van appellante met prod. 6;
- de antwoordakte van 4 november 2022 aan de zijde van geïntimeerde;
- het H16-formulier van 24 november 2022 aan de zijde van appellante met de bijlagen 1.
3.De zaak in het kort
4.De beoordeling
vrouwheeft tijdig hoger beroep ingesteld en daarbij drie grieven aangevoerd. Zij heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot niet-ontvankelijk verklaring van de man in zijn vorderingen althans tot afwijzing daarvan, en opnieuw rechtdoende bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:
manheeft de grieven weersproken. Hij heeft in het principaal hoger beroep geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de vrouw in haar vorderingen althans afwijzing daarvan.
vrouwheeft de grief weersproken. Zij heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de man in zijn incidenteel hoger beroep althans zijn vordering af te wijzen en de man te veroordelen in de kosten van het geding in beide instanties.
hofzal, alvorens de grieven in het principaal hoger beroep en incidenteel hoger beroep inhoudelijk te beoordelen, eerst ambtshalve beoordelen:
manheeft hij een spoedeisend belang omdat in april 2022 het huurcontract met de huurder van de woning afloopt en hij de woning “op afzienbare termijn” wenst te verkopen (randnr. 6 en randnr. 17 dagvaarding eerste aanleg). Een bodemprocedure kan niet worden afgewacht omdat dit vele maanden zal duren. De vrouw wil niet meewerken aan verkoop omdat zij, anders dan in het convenant is opgenomen, nu aanspraak maakt op een deel van een mogelijke overwaarde van de woning.
vrouwheeft er in haar pleitnotities op gewezen dat het convenant negen jaar geleden tot stand is gekomen en zij het convenant anders uitlegt dan de man.
voorzieningenrechterheeft geen overwegingen gewijd aan het spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen.
hofstelt voorop dat in hoger beroep niet beslissend is of in eerste aanleg al dan niet terecht een spoedeisend belang is aangenomen (waarover de voorzieningenrechter overigens niet heeft geoordeeld). Het gaat erom of ten tijde van de uitspraak in hoger beroep een spoedeisend belang aanwezig is (Zie HR 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3437).