Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en producties, ingekomen ter griffie op 28 juli 2021;
- de op 29 juli 2021 ter griffie gedeponeerde USB-stick (productie 6), waarvan akte van depot is opgemaakt;
- het verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 9 september 2021;
- een brief van [de werknemer] , ingekomen ter griffie op 11 augustus 2021, met het proces-verbaal van de getuigenverhoren gehouden op 8 april 2021;
- een email/formulier van [de werknemer] met producties 9 en 10, ingekomen ter griffie op 5 januari 2022;
3.De beoordeling
Deze redenen vormen elk afzonderlijk maar ook in samenhang een dringende reden voor dit ontslag op staande voet.’
een aantal vrouwelijke rijschool leerlingen.” Het ging dus niet alleen om mw. [betrokkene 1] . Gezien de aard en de ernst van de klacht over [de werknemer] , acht het hof het begrijpelijk dat [de werkgever] uiterst zorgvuldig wilde handelen en na de bespreking met [de werknemer] en analyse van de eerste klacht op 5 november 2020, nog niet kon overgaan tot ontslag op staande voet. De twijfel die [de werkgever] nog had op 5 november 2020 was op 16 november 2020 weg, toen inmiddels de tweede klacht aan het licht was gekomen en [de werkgever] in de twee daaropvolgende dagen van meerdere leerlingen een (telefonische) bevestiging kreeg van haar vermoeden van het grensoverschrijdend gedrag van [de werknemer] . Tussen de waarschuwing op 5 november 2020, de tweede klacht op 13 november 2020, de onderzoekshandelingen op 14 en 15 november 2020 en het ontslag op staande voet op maandag 16 november 2020, zit naar het oordeel van het hof niet te veel tijd.