ECLI:NL:GHSHE:2013:4548
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Chr. M. Aarts
- I.B.N. Keizer
- A.P. Zweers-van Vollenhoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ontslag op staande voet wegens onvoldoende bewijs dringende reden
In deze zaak stond het ontslag op staande voet van een servicemonteur centraal, waarbij de werkgever stelde dat de werknemer frauduleus te lange reistijden had opgegeven om onterecht meer loon te ontvangen. De werknemer betwistte dit en gaf verklaringen voor de afwijkende uren. De kantonrechter wees de meeste vorderingen van de werkgever af, mede vanwege het niet naleven van het beginsel van hoor en wederhoor bij het ontslag.
De werkgever ging in hoger beroep en voerde aan dat het hof ten onrechte het ontbreken van hoor en wederhoor doorslaggevend had gemaakt en dat de dringende reden wel degelijk bestond. Het hof oordeelde dat de werkgever onvoldoende bewijs had geleverd voor de dringende reden en dat het ontslag onterecht was gegeven zonder de werknemer de kans te geven zich adequaat te verdedigen.
Het hof benadrukte dat bij betwisting van de gedragingen de werkgever de bewijslast draagt. De verwijten van fraude waren gebaseerd op vermoedens en vergelijkingen met andere monteurs, maar ontbrak een deugdelijk bewijs. Het vonnis van de kantonrechter werd daarom bekrachtigd en de werkgever werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd is wegens onvoldoende bewijs van dringende reden en wijst de vorderingen van de werkgever af.