Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[X beheer B.V.] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[Y beheer B.V.] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/333671 / HA ZA 18-302)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties 1 tot en met 7;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, met producties 58 tot en met 61;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met producties 8 tot en met 17;
- de mondelinge behandeling van 28 september 2022, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij H12 formulier van 19 september 2022 door Enexis toegezonden akte overlegging productie met productie 18, die zij bij de mondelinge behandeling in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
“om de projectmatige saneringen die ik onder mij had, af te mogen maken”ter overbrugging van de periode waarin de ingezette sanering van de onderneming vorm zou krijgen, doch uit de getuigenverklaringen van [manager 2] en [manager 1] volgt dat beide getuigen verklaren dat is gevraagd om
extrawerk (verklaringen respectievelijk prod. 12, 13 en 16 [geïntimeerden] ). Nergens uit blijkt dat al in dit stadium door [Het aannemersbedrijf] het standpunt is ingenomen dat het ging om al gegunde en in het kader daarvan voorbereide opdrachten. Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof heeft [X beheer B.V.] ook aangegeven dat Enexis maar extra werk voor [Het aannemersbedrijf] van de plank had moeten pakken. Nog daargelaten dat Enexis onderbouwd heeft toegelicht om welke reden dat niet zomaar gaat, onder meer vanwege de aanbestedingsregels en de daaruit voortvloeiende plicht om werken aan concurrerende aannemers te gunnen, bestond een dergelijke verplichting niet.