Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
hij op of omstreeks 11 juli 2020 te Eindhoven,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor verkrachting en het seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer terwijl zij in een staat van lichamelijke onmacht of verminderd bewustzijn verkeerde. De rechtbank had verdachte veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf en de schadevergoeding aan het slachtoffer toegewezen.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en verdachte vrijgesproken van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde feit. Het hof kon niet met voldoende zekerheid vaststellen of het slachtoffer ten tijde van de seksuele handelingen in redelijkheid niet in staat was weerstand te bieden. De bewijsmiddelen, waaronder verklaringen en camerabeelden, boden onvoldoende duidelijkheid over het exacte tijdstip waarop het slachtoffer in een staat van verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde.
De advocaat-generaal had vrijspraak bepleit voor het primair tenlastegelegde en bevestiging van het subsidiair tenlastegelegde, maar het hof volgde dit niet. Ook de vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de strafrechtelijke grondslag voor de schadevergoeding kwam te vervallen. Het hof veroordeelde het slachtoffer tot betaling van de proceskosten.
De uitspraak benadrukt de strenge bewijsvereisten bij zedenzaken, vooral wanneer het gaat om de toestand van het slachtoffer en de wetenschap van de verdachte daarover. Het hof oordeelde dat het niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte wist dat het slachtoffer niet in staat was weerstand te bieden.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het slachtoffer in staat van verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde tijdens de seksuele handelingen.