Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/283641 / HA ZA 20-512)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de door [appellant] genomen memorie van grieven met productie 1;
- de door de VvE genomen memorie van antwoord met producties 6 en 7;
- de door de [appellant] genomen akte met producties 2, 3 en 4;
- de door de VvE genomen antwoordakte.
3.De beoordeling
- a. [appellant] is sinds 2006 eigenaar van het appartementsrecht dat recht geeft op het uitsluitend gebruik van het appartement aan de [adres] te [vestigingsplaats] , kadastraal bekend gemeente Valkenburg, [sectieletter] , [sectienummer] . Het hof zal dit appartementsrecht hierna ook aanduiden als appartement [nummer 1] . Appartement [nummer 1] is gelegen op de vijfde en zesde verdieping van het appartementengebouw.
- b. In de akte van splitsing van het betreffende gebouw van 13 april 1981 staat op pagina 16 met betrekking tot appartement [nummer 1] het volgende:
“A. In afwijking van het bepaalde in artikel 2 letter Pro a van het algemeen reglement worden de daken voorzover zich daarop een dakterras bevindt, niet tot de gemeenschappelijke gedeelten gerekend, doch maken deel uit van respektievelijk de appartementsrechten 32, 42, 45 en 46, en komen mitsdien de onderhoudskosten daarvan, herstel en vernieuwing daaronder begrepen, voor rekening van de betreffende eigenaar.”
- d. Een voormalige eigenaar van appartement [nummer 1] , [persoon A] , heeft in september 1991 (onder bepaalde voorwaarden) toestemming gekregen van de eigenaar van appartement [nummer 2] om op het dak van dat appartement een dakterras aan te leggen. Het hof zal dit dakterras aanduiden als het dakterras op de zesde verdieping, aangezien het dakterras vanuit appartement [nummer 1] bereikbaar zou worden gemaakt via een deur in het schuine dakgedeelte op de zesde verdieping.
- e. [persoon A] heeft vervolgens toestemming verzocht aan de VvE om een “zonneterras” in te mogen richten op het dak boven appartement [nummer 2] . Onder agendapunt 9 ten behoeve van de algemene vergadering van de VvE van 12 maart 1992 is daarover onder meer opgenomen:
2. De constructie
4 De te stellen voorwaarden namens de Vereniging van Eigenaren “Trianon”
(…)
Een schriftelijk akkoord d.d. 23 september 1991 getekend door de eigenaar van het appartement no [nummer 2], [persoon B] , alsmede door [persoon A] is voorhanden.
5. Akkoordverklaring [persoon A]
, eigenaar van het appartement no [nummer 1] , verklaart hierbij het zonneterras op de hiervoor beschreven wijze te willen realiseren en de gestelde voorwaarden onverkort te accepteren.
6. Voorstel bestuur
Het bestuur stelt voor de realisering van het zonneterras onder de gestelde voorwaarden toe te staan.”
- g. Na de verkregen toestemming heeft [persoon A] een deur in de buitenmuur van zijn appartement (appartement [nummer 1] ) gerealiseerd, zodat het dakterras op de zesde verdieping vanuit zijn appartement bereikbaar is.
- h. In 2000 heeft een nieuwe eigenaar, [persoon C] , de eigendom van appartement [nummer 1] van [persoon A] verkregen. Daarna is [persoon D] eigenaar geworden, van wie [appellant] appartement [nummer 1] in 2006 heeft gekocht en verkregen.
- i. In de verkoopbrochure op basis waarvan [appellant] appartement [nummer 1] heeft gekocht en in 2006 in eigendom heeft verkregen, staat onder meer dat de overloop op de zesde verdieping van het appartement toegang geeft tot een op het zuiden gelegen dakterras van ongeveer 60 m2.
- i. In de notulen van de vergadering van de VvE van 24 oktober 2019 staat met betrekking tot het dakterras op de zesde verdieping onder meer het volgende:
“De vergadering besluit de toestemming aan de eigenaar van huisnummer [nummer 1] voor het gebruik van het dak van huisnummer [nummer 2] (toebehorend aan de “gemeenschappelijke gedeelten”) als zonneterras te beëindigen en machtigt het bestuur om alle noodzakelijke handelingen te verrichten (waaronder het voeren van gerechtelijke procedures) om dat besluit tot uitvoering te brengen.”
- j. [appellant] heeft op 25 november 2019 bij de kantonrechter een verzoek ex artikel 5:130 BW Pro ingediend tot vernietiging van het besluit van de VvE van 24 oktober 2019. Dit verzoek is bij de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, bekend onder zaak/rolnummer 8191612 OV VERZ 19-67.
- k. Volgens de door de VvE als productie 6 bij de memorie van antwoord overgelegde beschikking van dit hof van 18 november 2021 (zaaknummer 200.296.029/01) heeft de rechtbank het verzoek van [appellant] van 25 november 2019 afgewezen bij beschikking van 19 mei 2021, en heeft het hof die beschikking bekrachtigd bij de genoemde beschikking van 18 november 2021.
- een verklaring voor recht dat hij door verjaring eigenaar is geworden van het dakterras, groot ongeveer 60 m2, gelegen op de zesde verdieping, op het dak van appartementsrecht [nummer 2] ;
- te gelasten dat deze eigendom wordt vastgelegd in de kadastrale registers;
- Het standpunt van [appellant] dat zijn rechtsvoorganger [persoon A] in 1992 bezitter is geworden van het dakterras op de zesde verdieping moet worden verworpen. De VvE heeft destijds aan [persoon A] toestemming gegeven om dat deel van het dak boven het appartement Trianon [nummer 2] als dakterras te gebruiken. [persoon A] is dus houder geworden van het dakterras, en geen bezitter (rov. 4.7).
- Indien al aangenomen kan worden dat [persoon C] in 2000 bezitter van het dakterras op de zesde verdieping is geworden, dan is de verjaring van de vordering tot beëindiging van dat bezit niet voltooid. De verjaring is immers binnen twintig jaar gestuit door het tot [appellant] gerichte besluit van de VvE van 24 oktober 2019 strekkende tot beëindiging van het gebruik van het dak boven appartement [nummer 2] als dakterras (rov. 4.8).
- het alsnog toewijzen van zijn vorderingen;
- veroordeling van de VvE om al hetgeen dat [appellant] ter uitvoering van het vonnis aan de VvE heeft betaald, aan [appellant] terug te betalen, vermeerderd met wettelijke rente;