Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,
[X] B.V.,
[Y] Holding B.V.,
[Y] Totaal Schilderwerken B.V.,
[Y] Totaal Vastgoedonderhoud B.V.,
[de B.V.] B.V.,
Hurema Administratie B.V.,
1.[de vennootschap] ,
[geïntimeerde 2],
1.Het geding in eerste aanleg (zaak C/01/358699 HA ZA 20-344)
2.Het geding in hoger beroep
- de memorie van grieven tevens wijziging van eis van [appellanten] ;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerden] met producties;
- de akte tot uitlaten van [appellanten] ;
- de antwoordakte van [geïntimeerden]
3.De feiten
4.De vorderingen en uitspraken in eerste aanleg
primair:
5.De beoordeling in beroep
- [appellant] en [geïntimeerde 2] hebben direct of indirect, via hun vennootschappen, sinds 2000 samengewerkt in een onderneming die zich richt op schilders- en isolatiewerken, reinigingswerkzaamheden aan gebouwen en werkzaamheden ter conservering van openbaar straatmeubilair.
- Als gevolg van een persoonlijk voorval in 2018 zijn [appellant] en [geïntimeerde 2] met elkaar gebrouilleerd geraakt, wat heeft geleid tot een zakelijk conflict en uiteindelijk de wens om uit elkaar te gaan.
- De ontvlechting van de zakelijke relatie is gepaard gegaan met een aantal procedures in kort geding, waaronder het kort geding bij gelegenheid waarvan op 3 april 2019 de aangehaalde vaststellingsovereenkomst is gesloten.
- In de vaststellingsovereenkomst is overeengekomen – zakelijk weergegeven – dat [appellant] [geïntimeerde 2] zal uitkopen doordat [geïntimeerde 2] een aandelenpakket aan [appellant] zal leveren tegen betaling door [appellant] van een bedrag van € 525.000,=.
- Voorts is in de vaststellingsovereenkomst expliciet vastgelegd dat [geïntimeerde 2] niet gebonden is aan een concurrentiebeding, maar zich wel zal onthouden van het direct of indirect benaderen en/of bedienen van relaties op een nader door [appellant] aan te leveren lijst.
- [appellant] heeft vervolgens eenzijdig een lijst van 34 pagina’s opgesteld en het standpunt ingenomen dat de daarin opgenomen (rechts)personen hebben te gelden als de in de vaststellingsovereenkomst bedoelde relaties.
- Tijdens dit hele proces en na de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst zijn voortdurende discussies ontstaan over de vraag of gemaakte afspraken over en weer al dan niet deugdelijk werden nagekomen, waarbij nog twee kort gedingprocedures zijn gevoerd, geëindigd in een vonnis van 25 juli 2019 (zaak C/01/347106/KG ZA 19-319) en met een vaststellingsovereenkomst op 28 januari 2020 (zaak C/01/354400/KG ZA 20-7).
Stichting Schildersvakopleiding: