Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 7887747 / CV EXPL 19-4631)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven van 24 augustus 2020 met negen producties, genummerd HB33 tot en met HB41;
- de door IPS genomen akte overleggen producties met twee producties, genummerd HB33 en HB42;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep van 17 november 2020 met zeven producties, genummerd HB17 tot en met HB23;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep van 26 januari 2021;
- de akte van IPS van 23 maart 2021 met één productie, genummerd HB43;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] van 20 april 2021 met één productie, genummerd HB24.
3.De beoordeling
- de als bijlage bij haar besluit bijgevoegde rapportages;
- het vermoeden dat meer personen per kamer verblijven dan op grond van de omgevingsvergunning is toegestaan;
- het bij brand niet ontruimen van het pand conform het ontruimingsplan bij gebreke aan een deugdelijke leiding en instructie;
- brandincidenten in de afgelopen periode;
- de onhygiënische staat waarin het pand verkeert, welke gevaar oplevert voor de gezondheidstoestand van de bewoners;
- het feit dat diverse eerder opgelegde lasten onder dwangsom niet hebben geleid tot het beëindigd houden van de overtredingen.
€ 35.937,00 +
alledeuren en kozijnen te vervangen is vooralsnog niet aangetoond, maar ook hiervan geldt, net zoals bijv. ten aanzien van de wastafels, het aantal vierkante meters plafond etc., dat zich nu nauwelijks meer laat vaststellen welke zaken redelijkerwijs nog bruikbaar waren en welke daadwerkelijk vervanging behoefden. Wat dat betreft merkt het hof reeds nu op dat de opmerkingen van [persoon C] in zijn rapport met betrekking tot aantallen grotendeels berusten op aannamen, niet op daadwerkelijk waargenomen zaken.