De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor deelneming aan de voortzetting van de verboden Bandidos Motorcycle Club door het dragen van kleding en accessoires met het Bandidos-logo bij de rechtbank in Maastricht. Het hof vernietigt dit vonnis en spreekt verdachte vrij omdat niet wettig en overtuigend is bewezen dat zijn gedragingen de voortzetting van de verboden organisatie dienden.
Het hof overweegt dat het enkel dragen van een baseballpet, T-shirt en heuptasje met Bandidos-opdrukken in een publieke ruimte maatschappelijk onwenselijk kan zijn, maar dit niet gelijkstaat aan het ondersteunen of voortzetten van de verboden organisatie. De wetgever heeft bewust geen limitatieve opsomming gegeven van gedragingen die strafbaar zijn als voortzetting van de werkzaamheid van een verboden organisatie.
De civielrechtelijke verbodenverklaring van BMC Holland is uitgebreid besproken, waarbij de organisatie vanwege haar cultuur van geweld en ontwrichting van de openbare orde verboden is. Toch betekent dit niet dat ieder gebruik van symbolen automatisch strafbaar is als deelneming aan voortzetting. Het hof concludeert dat de gedraging van de verdachte een individuele, ongerichte handeling betreft en spreekt hem vrij.
Daarnaast beveelt het hof de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen aan de verdachte. De uitspraak bevestigt de noodzaak van een zorgvuldige afweging tussen strafrechtelijke vervolging en vrijheid van vereniging en uiting, binnen de kaders van de wet en jurisprudentie.