Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en een productie, ingekomen ter griffie op 7 juni 2022;
- het verweerschrift, ingekomen ter griffie op 10 augustus 2022;
3.De beoordeling
Het hof kan niet anders dan concluderen dat [de werkgever] niet onverwijld tot opzegging is overgegaan. Grief 1 slaagt.
“Ben goed ziekgeweest”;
“Ben echt ziekgeweesten uit goede wil me niet ziek gemeld, ik hoopdat ik gewoon kan komen werken (…) dat ik graag wil komen werken”(onderstrepingen hof).
“Wellicht ten overvloede merken wij nog op dat je inmiddels beter bent gemeld.”.
“De auteur vraagt duidelijkheid over de vraag of met de «billijke vergoedingen» zoals opgenomen in de artikelen 7:681 BW en 7:682, derde, vierde en vijfde lid, BW hetzelfde type vergoeding is bedoeld als de vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen of nalaten zoals deze elders in het wetsvoorstel is opgenomen. Hierover bestaat in de literatuur discussie. Hierbij kan de regering bevestigen dat er sprake is van hetzelfde type vergoeding; in de artikelen 7:681 BW en 7:682, derde, vierde en vijfde lid, BW is er voor de daarin bedoelde specifieke gevallenreeds invulling gegeven aan de ernstige verwijtbaarheid.”(Kamerstukken I 2013/14, 33818, C, p. 113) [onderstreping hof].