Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[verzoeker 1] ,
[verzoeker 2],
1.[verweerder 1] ,
[verweerder 2],
1.Het verloop van de procedure
- [verzoeker 1] c.s., bijgestaan door mr. F.R. Hage en
- [verweerder 1] c.s., bijgestaan door mr. Isenborghs.
2.De beoordeling
De eigenaar van het appartementsrecht met indexnummer [nummer 1] gerechtigd is voor 172/511 onverdeeld aandeel;
De eigenaar van het appartementsrecht met indexnummer [nummer 2] gerechtigd is voor 237/511 onverdeeld aandeel;
De eigenaar van het appartementsrecht met indexnummer [nummer 3] gerechtigd is voor 99/511 onverdeeld aandeel;
De eigenaar van het appartementsrecht met indexnummer [nummer 4] gerechtigd is voor 3/511 onverdeeld aandeel.
- Bij e-mailbericht van 24 januari 2021 hebben [verweerder 1] c.s. aan [verzoeker 1] c.s. laten weten dat zij niet akkoord gaan met de hiervoor genoemde agendapunten.
- Op 25 februari 2021 heeft een vergadering van de VvE plaatsgevonden, waarbij [verzoeker 1] en [verzoeker 2] aanwezig waren. Tijdens die vergadering hebben [verzoeker 1] en [verzoeker 2] (260 van de 500 stemmen) vóór de hiervoor genoemde agendapunten gestemd. [verweerder 1] c.s. zijn niet ter vergadering verschenen.
- [verweerder 1] c.s. hebben een procedure gestart bij de rechtbank Limburg waarin zij vorderen dat voor recht wordt verklaard dat het hiervoor genoemde besluit van 25 februari 2021 op grond van artikel 2:14 BW Pro nietig is.
- De door [verzoeker 1] c.s. verzochte uitbreiding van het souterrain door het bouwen van een berging, voorzien van een toegangstrap, is inmiddels daadwerkelijk gerealiseerd. [verzoeker 1] gebruikt het souterrain als atelier ten behoeve van zichzelf en cursisten.
- [verzoeker 1] c.s. hebben bij verzoekschrift ex artikel 5:140 BW Pro, ontvangen door de rechtbank op 13 april 2021, de kantonrechter verzocht een machtiging te geven, vervangende de toestemming van [verweerder 1] c.s. voor de in de brief van 28 oktober 2020 sub 2 en 3 genoemde aanpassingen van de tussen partijen geldende splitsingsakte.
- Bij mailbericht van 12 oktober 2021 (productie 7 van de zijde van [verzoeker 1] c.s. in eerste aanleg) heeft ING (houder van een recht van hypotheek op het appartementsrecht van [verzoeker 2] ), ingestemd met de door [verzoeker 1] en [verzoeker 2] voorgestane wijziging van de splitsingsakte. Van andere beperkt gerechtigden is niet gebleken.
- De kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, heeft het verzoek bij beschikking van 6 januari 2022 afgewezen. Volgens de kantonrechter hebben [verweerder 1] c.s., die niet hebben ingestemd met de voorgestelde wijziging van de splitsingsakte, dit – kort gezegd – niet zonder redelijke grond ingevolge artikel 5:140 lid 1 BW Pro gedaan.
Het hof komt dan ook tot de conclusie dat [verweerder 1] c.s., gezien alle omstandigheden, niet zonder redelijke grond hebben geweigerd de toestemming voor de toegangstrap met een uitbreiding van het souterrain te verlenen.