Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding in hoger beroep van 18 mei 2022;
- de rolbeslissing van 12 juli 2022;
- de akte van appellante met twee producties.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele procedure heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 30 augustus 2022 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van appellante tegen een vonnis van de kantonrechter Zeeland-West-Brabant. De kern van het geschil betrof de vraag of de dagvaarding in hoger beroep tijdig was ingediend en of een tweede dagvaarding als geldig herstelexploot kon worden aangemerkt.
De rechtbank had op 24 februari 2021 vonnis gewezen, waarna appellante op 12 mei 2021 hoger beroep instelde. De dagvaarding was echter niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van drie maanden ingediend. Appellante probeerde dit te herstellen door op 18 mei 2022 een nieuwe dagvaarding uit te brengen, binnen de hersteltermijn van twee weken zoals bedoeld in artikel 125 lid 5 Rv Pro.
Het hof oordeelde dat deze tweede dagvaarding niet voldeed aan de strikte eisen voor een geldig herstelexploot. Zo ontbraken verwijzingen naar de oorspronkelijke dagvaarding, de aanvankelijke zittingsdatum en het herstelkarakter. Ook was er geen inschrijving van de oorspronkelijke dagvaarding bij de griffie. Hierdoor was de aanhangigheid van het hoger beroep vervallen en was appellante niet-ontvankelijk. De procedurekostenveroordeling bleef achterwege omdat geïntimeerde niet was verschenen.
Uitkomst: Appellante is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet-tijdige dagvaarding en ongeldig herstelexploot.