Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 8914327 \ CV EXPL 20-6538)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen FMCC verleende verstek;
- de memorie van grieven.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele arbeidsrechtelijke zaak staat het geschil tussen een werknemer en zijn voormalige werkgever FMCC centraal over diverse financiële vorderingen. De kantonrechter stelde vast dat er tussen partijen een arbeidsovereenkomst bestond van oktober 2017 tot december 2018. De werknemer vorderde loonstroken, jaaropgaven, vergoeding van reiskosten en terugbetaling van door hem betaalde facturen, terwijl de werkgever vorderde terugbetaling van aan de werknemer voorgeschoten bedragen.
De kantonrechter wees de vorderingen van de werknemer tot afgifte van loonstroken en jaaropgaven af, evenals de vorderingen tot betaling van reiskosten en facturen. De terugvordering van voorschotten door de werkgever werd toegewezen. In hoger beroep richtte de werknemer zich tegen deze afwijzingen en de toewijzing aan de werkgever.
Het hof oordeelde dat de werknemer onvoldoende had onderbouwd dat hij bepaalde loonstroken en jaaropgaven niet had ontvangen, dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat de facturen in opdracht van de werkgever waren betaald en dat zijn reiskosten onvoldoende waren gespecificeerd. Ook de terugvordering van voorschotten door de werkgever werd bevestigd omdat de werknemer geen geldige grond voor de betalingen had aangetoond.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, wees de vorderingen van de werknemer af en veroordeelde hem in de proceskosten van het hoger beroep. De proceskosten aan de zijde van de werkgever werden op nihil begroot.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van de werknemer af, terwijl de terugvordering van voorschotten door de werkgever wordt bevestigd.