Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 10 december 2019;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling na aanbrengen;
- de memorie van grieven met productie 8;
- de memorie van antwoord met producties;
- de mondelinge behandeling na antwoord, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- de bij e-mailberichten d.d. 10 respectievelijk 16 juni 2022 door [appellant] toegezonden producties 1 t/m 7, die [appellant] bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht;
- de door [geïntimeerde] ter gelegenheid van de mondelinge behandeling overgelegde foto’s.
6.De verdere beoordeling
een beleggingsobject voorzien van 11 zelfstandige units met winkel en atelier” in grotendeels verhuurde staat, bij overdracht de feitelijke eigenschappen bezit die nodig zijn voor een gebruik als “
beleggingsobject”. Beoordeeld dient dan ook te worden of de onroerende zaak ten tijde van de levering de eigenschappen bezat die voor een normaal gebruik als beleggingsobject nodig zijn.
volledig en onverkort” vrijwaart inzake “
het gebruik en de bestemming van het Verkochte door koper” en dat koper “
zelf moet zorgdragen voor de benodigde vergunningen”, zodat op grond van de bewoordingen daarvan kan worden afgeleid dat de uitsluiting betrekking heeft op alle publiekrechtelijke toestemmingen die benodigd zijn voor het voorgenomen gebruik van het Pand door [appellant]. De koopovereenkomst betreft een zakelijke overeenkomst ten aanzien van een beleggingsobject, zodat de bij die overeenkomst betrokken (zakelijke) partijen in beginsel vrij zijn een dergelijke algemene exoneratie terzake de publiekrechtelijke toestemmingen overeen te komen. Met die exoneratie is beoogd het risico voor het ontbreken van de benodigde publiekrechtelijke toestemmingen – en daaruit voortvloeiende kosten van aanpassingen aan het verkochte (grief 4 van [appellant]) – te leggen bij koper. [appellant] heeft met die exoneratie en risicoverdeling ingestemd met de ondertekening van de overeenkomst.
het voorgenomen gebruik van het Verkochte door Koper” en “
het gebruik en bestemming door koper” in de exoneratie leidt het hof niet af dat de reikwijdte daarvan beperkt is tot eventuele vergunningen benodigd door de koper voor een eventuele verbouwing.
benodigde vergunningen, ontheffingen of toestemmingen” “
niet van toepassing zijn aangezien het om zelfstandige woningen gaat” is het hof van oordeel dat de makelaar en [geïntimeerde] de vraag kennelijk zo hebben begrepen dat deze betrekking had op de vergunningeneisen voor studentenhuisvesting en dit redelijkerwijs ook zo hebben mogen begrijpen. Voor het overige is de vraag van [appellant] niet voldoende specifiek om op basis daarvan (en van het antwoord op die vraag) af te leiden dat [appellant] ervan mocht uitgaan dat de uitsluiting van aansprakelijkheid van [geïntimeerde] zoals vervat in artikel 5 lid 6 onder Pro c koopovereenkomst geen betrekking zou hebben op benodigde vergunningen voor het (voorgenomen) gebruik van de units.