Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 8223486 CV EXPL 19-8374)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven van 13 april 2021, met producties 1 t/m 11;
- de memorie van antwoord van 15 juni 2021;
- de mondelinge behandeling van 28 juni 2022, waarbij mr. Cuppen spreekaantekeningen heeft overgelegd.
3.De beoordeling
Het hof overweegt dat [appellant] met deze stelling kennelijk beoogd een verrekeningsverweer te voeren. Nu de juistheid van deze stelling van [appellant] , en daarmee de gegrondheid van zijn verweer, niet zonder bewijslevering kan worden vastgesteld, passeert het hof dit verweer op grond van artikel 6:136 BW Pro.
€ 1.574,-