Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 10 maart 2020, waarbij een comparitie van partijen is bepaald die evenwel niet heeft plaatsgevonden;
- de memorie van grieven van [appellant] van 1 september 2020 met producties;
- de akte van depot van [appellant] van 1 september 2020;
- de memorie van antwoord van IJD van 10 november 2020.
6.De verdere beoordeling
bedoeld zal zijn: artikel 7:602 BW Pro] heeft verzaakt en in strijd met het bepaalde in artikel 7:605 lid 4 BW Pro de zaken niet heeft teruggegeven in de staat waarin zij door IJD zijn ontvangen.