Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
De Politie (Eenheid Zeeland-West Brabant),
5.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- het proces-verbaal van de op 9 september 2020 gehouden comparitie na aanbrengen;
- de door STB Holding en BTS genomen memorie van grieven met eiswijziging;
- de door de politie genomen memorie van antwoord met producties 1 tot en met 6;
- de door STB Holding en BTS genomen akte met producties 6 tot en met 11;
- de door de politie genomen antwoordakte.
6.De beoordeling
- BTS was in de in dit geding relevante periode en bij aanvang van het geding in eerste aanleg genaamd Select Totaal Bouw en Verbouw B.V. Het hof zal deze rechtspersoon in het navolgende aanduiden als BTS, ook indien het de periode vóór de naamswijziging betreft.
- Naar het hof begrijpt is BTS een dochteronderneming van STB Holding, althans gelieerd aan STB Holding.
- [persoon A] (hierna: [persoon A] ) is (middellijk) bestuurder en aandeelhouder van STB Holding en BTS.
- BTS was in 2017 hoofdaannemer bij een renovatieproject aan de [adres 1] te [plaats] .
- BTS heeft KH Techniek B.V. (hierna: KH Techniek) ingeschakeld om als onderaannemer werkzaamheden te verrichten aan het te renoveren gebouw.
- De materialen die KH Techniek bij de uitvoering van de werkzaamheden zou verwerken in het gebouw zijn ten dele aan KH Techniek verkocht door groothandel Technische Unie (hierna: Technische Unie) en ten dele aan KH Techniek verkocht door groothandel [[O]] (hierna: [[O]] ). Technische Unie en [[O]] hebben de betreffende zaken onder eigendomsvoorbehoud aan KH Techniek geleverd.
- Bij vonnis van 14 februari 2017 is KH Techniek in staat van faillissement verklaard met benoeming van [persoon B] tot curator.
- [persoon A] heeft op zaterdag 18 februari 2017 met hulp van twee personeelsleden roerende zaken die door Technische Unie en [[O]] onder eigendomsvoorbehoud aan KH Techniek waren geleverd, bij de bouwplaats aan de [adres 1] in [plaats] in een bedrijfsauto met open laadbak geladen. [persoon A] is daarmee in de richting van het bedrijfsterrein van BTS in [plaats] gereden.
- Bij e-mail van 18 februari 2017 te 12:04 uur heeft de curator aan [persoon A] op het e-mailadres van BTS onder meer het volgende meegedeeld:
- Nadat partijen bij [[X]] waren aangekomen, ontstond wederom discussie tussen partijen en weigerde [persoon A] de bedrijfsauto in de opslagruimte te rijden. De politie heeft vervolgens de autosleutel van [persoon A] afgepakt en de bedrijfsauto met goederen in de opslag geplaatst.
- Op maandag 20 februari 2017 heeft [persoon A] telefonisch contact opgenomen met de politie, met het verzoek om teruggave van de in opslag geplaatste zaken. De politie heeft daarop meegedeeld dat de bedrijfsauto terug mag maar dat de van de bouwplaats meegenomen zaken niet door de politie in beslag waren genomen en dat [persoon A] contact op diende te nemen met de curator voor de verdere afhandeling van het geschil.
- De curator heeft geconcludeerd dat de in opslag geplaatste zaken onder eigendomsvoorbehoud aan KH Techniek waren geleverd door Technische Unie en [[O]] , en dat Technische Unie en [[O]] recht hadden op afgifte van de zaken (naar het hof begrijpt: omdat de facturen van Technische Unie en [[O]] voor levering van de zaken nog niet waren voldaan door KH Techniek). Op donderdag 23 februari 2017 zijn de zaken, in aanwezigheid van de curator en een politieambtenaar, namens Technische Unie en [[O]] opgehaald door een transportbedrijf.
- [persoon A] heeft een klacht ingediend bij de politie over het optreden van de politie.
- Bij beslissing van 19 december 2017 heeft [politiechef] klachtonderdeel 2 gegrond verklaard en daartoe het volgende overwogen:
- Op 28 augustus 2018 is het faillissement van KH Techniek opgeheven wegens gebrek aan baten.
- In 2018 heeft de toenmalig advocaat van BTS de politie aansprakelijk gesteld voor schade die BTS stelt te hebben geleden doordat zaken waarvan BTS eigenaar was, door de politie (volgens BTS ten onrechte) aan de curator zijn afgestaan.
- Bij e-mail van 16 augustus 2018 heeft de aansprakelijkheidsverzekeraar van de politie aan de toenmalige advocaat van BTS onder meer het volgende meegedeeld:
- vernietiging van het verstekvonnis;
- afwijzing van de vordering van STB Holding en BTS;
- Of de politie onrechtmatig heeft gehandeld jegens STB Holding en BTS kan in het midden blijven. Ook als sprake is geweest van onrechtmatig handelen, is de vordering van STB Holding en BTS niet toewijsbaar (rov. 4.6).
- STB Holding en BTS hebben namelijk onvoldoende onderbouwd dat causaal verband bestaat tussen het beweerdelijke onrechtmatige handelen van de politie en de door STB Holding en BTS gestelde schade (rov. 4.7 tot en met 4.9).
- Ook als wel causaal verband zou bestaan tussen het gestelde onrechtmatige handelen en de gestelde schade, is de vordering niet toewijsbaar. STB Holding en BTS hebben dan vanwege het handelen van [persoon A] een zodanige mate van eigen schuld aan het ontstaan van de gestelde schade, dat die schade geheel voor hun eigen rekening moet blijven (rov. 4.10).
- het verstekvonnis van 27 februari 2019 vernietigd;
- de vordering van STB Holding en BTS afgewezen;
- STB Holding en BTS in de proceskosten veroordeeld (behoudend de kosten van de verzetdagvaarding, die de rechtbank voor rekening van de politie heeft gelaten).
- vernietiging van het beroepen vonnis van 4 december 2019;
- opnieuw rechtdoende: bekrachtiging van het verstekvonnis van 27 februari 2019 “met dien verstande dat Select Totaal Bouw Holding B.V. als procespartij kan worden geschrapt”;
- [persoon A] als verdachte van overtreding van artikel 344 van Pro het Wetboek van Strafrecht (het onttrekken van goederen aan een failliete boedel) hebben aangemerkt en,
- de bedrijfsauto met de daarop geladen zaken op grond van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering (strafvorderlijk) in beslag hebben genomen.