Uitspraak
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met een voorlopige grief en één productie;
- de memorie van grieven tevens wijziging en vermeerdering van eis met producties;
- de memorie van antwoord met producties.
3.De beoordeling
manis verschenen in de procedure maar voor hem heeft zich geen advocaat gesteld.
voorzieningenrechterheeft (samengevat), in zijn vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,:
appeldagvaardinggeconcludeerd tot vernietiging van het vonnis van de voorzieningenrechter van 1 september 2021 en
opnieuw rechtdoende, bij arrest uitvoerbaar bij voorraad:
memorie van grievenzijn eis als volgt gewijzigd en vermeerderd:
- benadeling van de man voor meer dan ¼ (grief 1);
- misbruik van omstandigheden (grief 2);
- de afwijzing van de vorderingen van de vrouw onder I en II (grief 3);
- de woonlasten, vordering III (grief 4);
- de dwangsom (grief 5).
vrouwheeft de grieven weersproken. Zij heeft geconcludeerd tot
hofallereerst moet onderzoeken of de Nederlands rechter rechtsmacht heeft en zo ja, welk recht van toepassing is.
vrouwis de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. Zij licht dit verweer als volgt toe.
hofoverweegt als volgt.
mandat de voorzieningenrechter ten onrechte het beroep van de vrouw op het bepaalde in art. 3:299 en Pro 3:300 BW) heeft afgewezen. De
vrouwheeft de grief bestreden.
hofstelt vast dat uit de e-mail van de kandidaat-notaris van 10 oktober 2021 (prod. 3 bij mva) blijkt dat de man de volmacht voor de ondertekening van de akte van verdeling heeft ondertekend. De man heeft daarom geen belang meer bij zijn grief. Grief 3 faalt mitsdien.
manbetoogt dat de voorzieningenrechter de vordering van de vrouw sub III (verschil in woonlasten) ten onrechte heeft toegewezen. De man licht zijn grief als volgt toe.
vrouwheeft de grief weersproken. Uit haar prod. 8 en 9 bij dagvaarding in kort geding blijkt het verschil in woonlasten. Uit prod. 10 blijkt dat de hypotheekaanvraag definitief is goedgekeurd. Doordat de man zijn medewerking aan de levering weigerde, was zij genoodzaakt de hoge woonlast te blijven voldoen.
hofoverweegt als volgt.
manricht zich tegen de door de voorzieningenrechter aan de veroordeling verbonden dwangsommen. De man heeft de grief als volgt toegelicht.
vrouwheeft de grief bestreden. Het beroep van de man op zijn “kenbare psychische aandoening” kan niet slagen. De stukken die daarover door hem zijn overgelegd dateren van ná de ondertekening van het convenant. Uit die stukken blijkt ook niet dat de man niet in staat zou zijn om beslissingen te nemen.
hofoverweegt als volgt.
vrouwstelt dat sprake is van misbruik is van procesrecht omdat de man een verkapte eis in reconventie heeft ingesteld. Verder heeft de man zijn vorderingen nauwelijks onderbouwd. De man moet daarom in de proceskosten in hoger beroep worden veroordeeld.