ECLI:NL:GHSHE:2021:907

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
26 maart 2021
Publicatiedatum
24 maart 2021
Zaaknummer
20-001416-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 Opiumwet
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening onderzoek in hoger beroep wegens onvolledig onderzoek omtrent hennepkwekerij en pandverkoop

In deze strafzaak tegen verdachte is in eerste aanleg een gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd voor medeplichtigheid aan het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, met vrijspraak voor het primair tenlastegelegde feit. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld door zowel het Openbaar Ministerie als de verdediging.

Tijdens de beraadslaging in raadkamer oordeelde het hof dat het onderzoek niet volledig was. Het hof besloot het onderzoek te heropenen en stelde de stukken ter beschikking van de advocaat-generaal om aanvullend politieonderzoek te laten verrichten. Dit onderzoek richt zich op de tekoopstelling van het pand van de verdachte en een eerdere hennepkwekerij die op het perceel zou zijn gevestigd.

Daarnaast beveelt het hof het horen van twee getuigen op een nader te bepalen terechtzitting. Het onderzoek wordt onbepaalde tijd geschorst totdat deze aanvullende stappen zijn uitgevoerd. De zaak wordt verwezen naar de vijfentwintigste meervoudige strafkamer van het hof voor verdere behandeling.

Uitkomst: Het hof heropent het onderzoek en schorst het onbepaalde tijd voor aanvullend politieonderzoek en het horen van getuigen.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001416-18
Uitspraak : 26 maart 2021
TEGENSPRAAK

Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, van 11 april 2018 in de strafzaak met parketnummer 01-865024-17 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte van het onder 1 primair tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van de onder 1 subsidiair tenlastegelegde ‘medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’, begaan in eendaadse samenloop met het onder 2 tenlastegelegde ‘een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voorbereiden en bevorderen, door een ander gelegenheid en middelen tot het plegen van dat feit te verschaffen’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest.
Voorts is bij voormeld vonnis het inbeslaggenomen goed, een aggregaat met goednummer G1151804, verbeurdverklaard en is het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte voor onbepaalde tijd geschorst onder de bij beschikking van 3 mei 2017 genoemde voorwaarden.
Door de officier van justitie in het arrondissement Oost-Brabant en namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, zal bewezen verklaren de meerdaadse samenloop van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde en de verdachte zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het inbeslaggenomen voorwerp, een aggregaat, zal worden verbeurdverklaard.
De verdediging heeft primair bepleit dat de verdachte van de tenlastegelegde feiten zal worden vrijgesproken. Subsidiair heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd.
Heropening van de zaak
Tijdens de beraadslaging in raadkamer is het hof tot het oordeel gekomen dat het onderzoek niet volledig is geweest.
Het hof zal het onderzoek heropenen en de stukken in handen stellen van de advocaat-generaal teneinde door de politie onderzoek te laten doen naar en in aanvullende processen-verbaal te laten relateren over:
  • de tekoopstelling van het pand van de verdachte, waaronder naar de datum waarop opdracht is gegeven tot verkoop van het pand en de periode(n) dat het pand in de verkoop is gezet/heeft gestaan;
  • de eerdere hennepkwekerij die op het perceel van de verdachte zou zijn gevestigd, waarin vervat de verklaring(en) van de toenmalige verdachte(n) alsmede de reden voor een kennelijk sepot in die zaak.
Voorts beveelt het hof dat op een nader te bepalen terechtzitting de volgende personen als getuige worden gehoord:
  • [getuige 1] , geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats 1] , (voorheen) wonende aan de [adres 1] ;
  • [getuige 2] , geboren op [geboortedatum 2] te [geboorteplaats 2] , (voorheen) wonende aan de [adres 2] .

BESLISSING

Het hof:
  • heropenthet onderzoek;
  • steltde stukken in handen van de advocaat-generaal teneinde deze in de gelegenheid te stellen uitvoering te geven aan het vorenstaande;
  • schorsthet onderzoek ter terechtzitting voor
    onbepaalde tijd(aan te brengen bij de vijfentwintigste meervoudige strafkamer van dit hof, verwachte behandelduur: 120 minuten), op welke terechtzitting de eerdergenoemde en nader te noemen getuigen zullen worden gehoord;
  • beveeltde oproeping van de verdachte tegen de datum en het tijdstip van de nog nader te bepalen terechtzitting;
  • beveeltde kennisgeving van de datum en het tijdstip van de nog nader te bepalen terechtzitting aan de raadsman van de verdachte;
  • beveeltde oproeping als getuige tegen de dag en het tijdstip van de nog nader te bepalen terechtzitting van:
o [getuige 1] , geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats 1] , (voorheen) wonende aan de [adres 1] ;
o [getuige 2] , geboren op [geboortedatum 2] te [geboorteplaats 2] , (voorheen) wonende aan de [adres 2] .
Aldus gewezen door:
mr. B. Stapert, voorzitter,
mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. F. van Es, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. L.J.M.M. Dielesen, griffier,
en op 26 maart 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.