Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 21 april 2020 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling na aanbrengen van 9 juni 2020;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 2 maart 2021, waarbij beide partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd.
6.De beoordeling
Artikel 7
15%, dus 150 aandelen A, nummers A1 tot en met A150 worden ingekocht voor 1 augustus 2016, de prijs daarvan wordt bepaald per 31 december 2015 aan de hand van de waarderingsformule zoals overeengekomen en vastgesteld in de aandeelhoudersovereenkomst van 21 november 2009 en bedraagt € 254.636 op basis van de concept-jaarrekening over 2015, na gereedkomen van de definitieve jaarrekening over 2015 vindt de definitieve berekening plaats;
15%, dus 150 aandelen A, nummers A151 tot en met A300 worden ingekocht voor 1 mei 2017, de prijs daarvan wordt bepaald per 31 december 2016 aan de hand van de waarderingsformule zoals overeengekomen en vastgesteld in de aandeelhoudersovereenkomst van 21 november 2009;
10%, dus 100 aandelen A, nummers A 301 tot en met A400 worden ingekocht voor 1 mei 2018, de prijs daarvan wordt bepaald per 31 december 2017 aan de hand van de waarderingsformule zoals overeengekomen en vastgesteld in de aandeelhoudersovereenkomst van 21 november 2009.”
- [geïntimeerde] heeft een spoedeisend belang bij beoordeling van haar vorderingen in kort geding (rov. 4.10.);
- tussen partijen is niet in geschil dat [appellante] zich in de overeenkomst 2016 heeft verbonden tot levering van de aandelen aan [geïntimeerde] (rov. 4.13);
- een redelijke uitleg van de overeenkomst 2016 brengt met zich dat [appellante] haar aandelen alsnog dient te leveren, waarbij deze worden gewaardeerd naar het moment dat in artikel 2 van Pro de overeenkomst 2016 is genoemd (rov. 4.15.);
- de vordering jegens [appellante] zal dan ook worden toegewezen, met dien verstande dat de termijn waarbinnen [appellante] haar medewerking aan de inkoop van aandelen moet verlenen zal worden bepaald op één maand na betekening van dit vonnis (rov. 4.15.).