Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[de vennootschap] ,
[geïntimeerde 2] ,hierna aan te duiden als [geïntimeerde 2] ,
[geïntimeerde 3] ,hierna aan te duiden als [geïntimeerde 3] ,
[geïntimeerde 4],
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 19 februari 2019 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van comparitie van 5 maart 2019;
- de memorie van grieven met producties en eiswijziging;
- de memorie van antwoord zijdens [geïntimeerde 4] ;
- de memorie van antwoord zijdens [geïntimeerden] met productie;
- het pleidooi, waarbij [appellante] pleitnotities heeft overgelegd.
6.De beoordeling
Namens cliënte ontbind ik bedoelde overeenkomsten van opdrachten en wel op grond van wanprestatie ex artikel 74, Boek 6, BW en sommeer u om mee te werken aan het ongedaan maken van de verbintenissen inhoudende tot terugbetaling van al hetgeen cliënte reeds aan u heeft betaald. Tevens houdt cliënte u aansprakelijk voor alle geleden en nog te lijden schade, waaronder verstaan de waardevermindering van het paard. Het paard ‘ [het paard] ’ vertegenwoordigde een waarde ad circa 250.000,00 - 300.000,00 euro en is door uw toedoen thans nagenoeg niets meer waard.[…]”
Het is spijtig genoeg onmogelijk om een exacte tijdfactor te plaatsen op de vastgestelde schade aan het kaakbeen bij [het paard] . Dit kan zowel op enkele weken als over verloop van meerdere maanden/jaren ontstaan zijn. Op de valreep hangt alles af van de grootte van de druk die een bit uitgeoefend heeft in de mond. Desondanks toont het botweefsel aan de rechter lagen een eerder onregelmatig afgelijnd karakter wat indicatief kan zijn voor een nog actief proces in het beschadigde beenweefsel. Dit kan erop wijzen dat deze letsels slechts enkele weken oud zijn. Op de linker lagen is deze nieuwbeenvorming veel rustiger wat erop wijst dat de letsels veel ouder zijn en het proces tot rust gekomen is. (…)”
(…) Wanneer het metaal van een bit contact maakt met het slijmvlies in de mond dat bovenop het kraakbeen ligt, dan kunnen krachten uitgeoefend worden op alle onderliggende structuren zijnde mondslijmvlies, beenvlies en betweefsel. (…) Diezelfde kracht uitgeoefend door het bit kan het mondslijmvlies letterlijk verpletteren waardoor het na verloop van tijd afsterft en er eveneens een opening/defect/wonde in het slijmvlies ontstaat. De slijmvliesletsels van [het paard] op jouw foto’s zijn geen acute verwondingen, lees: niet ontstaan binnen een tijdsbestek van 1-2 dagen. De randen van de verwonding in de mond zijn grijzig-geel wat erop duidt dat er reeds een langere tijd over gegaan is (meerdere dagen) om dit stadium te bereiken. De kleur wijst op afgestorven weefsel als gevolg van ernstige druk (verplettering dus).
Samenvatting beantwoording vragen Gerechtshof (…)
(…)
[appellante] vordert de waardevermindering van het paard dat volgens haar vanwege het letsel niet langer aan dressuurwedstrijden kan meedoen.
[geïntimeerden] heeft betwist het paard onvoldoende te hebben verzorgd en/of gecontroleerd en stelt dat tweemaal per jaar gebitscontrole werd uitgevoerd en dat regelmatig (zo om de maand) de dierenarts is langs geweest.
€ 6.519,- inclusief btw dient te betalen. Bij beschikking van 30 november 2017 heeft het hof bepaald dat [appellante] een aanvullend voorschot van € 7.929,540 dient te betalen. Bij eindbeschikking van 12 juli 2018 heeft het hof de verzoeken tot het benoemen van een paardentaxateur als deskundige en tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor afgewezen en de beslissing omtrent de proceskosten aangehouden tot de uitspraak in de bodemprocedure.
€ 2.933,79 (van de gevorderde € 8.097,79) betreffen volgens [appellante] de kosten van deskundigen (voor het vaststellen van de aansprakelijkheid en de schade) op grond van artikel 6:96 lid 1 BW Pro en/of 6:96 lid 2 sub b BW. Het overige deel van de gevorderde
€ 8.097,79, zijnde € 5.164,- betreft de kosten van dierenarts [dierenarts] gedurende de periode dat [het paard] bij [de vennootschap] gestald stond. Deze kosten zijn volgens [appellante] nodeloos gemaakt en [dierenarts] heeft volgens [appellante] ondeugdelijk werk verricht waarvoor [geïntimeerde 4] en/of [geïntimeerden] als opdrachtgever en verzorger van [het paard] volgens [appellante] aansprakelijk zijn.
moderate: Exotoses 2-4 mm in height or width” en schaal 5 als “
severe: Exotoses 4 mm or greater in height or width or a loss of bone from sequestrum formation”.
Brama acht het aannemelijk dat dit letsel blijvend is omdat het aansluit en vergelijkbaar is met mogelijke bevindingen van andere dierenartsen die [het paard] over een periode van ruim drie jaar (februari 2014 tot juli 2017) herhaaldelijk klinisch hebben onderzocht. Bestudering van de beschikbare röntgenfoto’s en CT opnamen door Brama over de tijdsperiode van ruim drie jaar ondersteunen de klinische bevindingen van Brama en andere deskundigen en suggereren volgens Brama dat sprake is van één en hetzelfde letsel over een tijdsperiode van ruim drie jaar (p. 27 van het rapport).
€ 1.500,- met het letsel. Ter onderbouwing hiervan verwijst [appellante] naar een taxatierapport van [taxateur] van 17 maart 2014. [taxateur] taxeert het paard op basis van behaalde wedstrijdresultaten eind 2010 op € 150.000,- en op 20 februari 2014 op een bedrag van
€ 1.500,-. Daarbij gaat [taxateur] ervan uit dat op 20 februari 2014 een verdere carrière als wedstrijdpaard is uitgesloten en er blessures zijn aan de onderkaak. Indien deze blessures in voldoende mate herstellen dan taxeert [taxateur] het paard op € 3.000,- als recreatiepaard.
om te beoordelen of dit letsel in de mond/lagen ook daadwerkelijk klinische gevolgen heeft op dit moment en daarmee beperkingen oplevert voor het presteren van [het paard] op dit moment en in de toekomst” Hij merkt daarbij op dat blijvend letsel niet per definitie ook klinische klachten hoeft te veroorzaken bij [het paard] of van invloed hoeft te zijn op de huidige en toekomstige inzetbaarheid van [het paard] . In het rapport is onder meer het volgende opgenomen (p. 32/33)
(…) Tijdens het klinisch onderzoek heeft de deskundige geen abnormale gevoeligheid van het lagen gebied links en rechts geconstateerd gedurende het herhaaldelijk uitvoeren van manuele druk (zonder sedatie van het paard). Gedurende het eten van aangeboden voer zijn geen afwijkingen geconstateerd door deskundige. Ook heeft deskundige geen afwijkend gedrag, dat zou kunnen duiden op abnormale gevoeligheid kunnen observeren tijdens het plaatsen van stang en trens gedurende het rijklaar maken.
om te beoordelen of dit letsel in de mond/lagen ook daadwerkelijk klinische gevolgen heeft op dit moment en daarmee beperkingen oplevert voor het presteren van [het paard] op dit moment en in de toekomst.”
Het hof zal [appellante] hiertoe de gelegenheid bieden door de zaak naar de rol te verwijzen voor het nemen van een memorie na tussenarrest aan de zijde van [appellante] , waarna [geïntimeerden] in de gelegenheid zal worden gesteld hierop bij antwoordmemorie te reageren.
[appellante] heeft voornoemde omschrijving van de contractuele verplichtingen van [de vennootschap] niet betwist, zodat ook het hof hiervan zal uitgaan.
Over het antwoord op de vraag in hoeverre [de vennootschap] was gehouden [appellante] te informeren over medische verrichtingen verschillen partijen van mening. Het hof komt daarop hierna terug in rov. 6.10.1.
Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of het berijden van [naam amazone] over de periode juli 2013 tot en met november 2013 (geheel of gedeeltelijk) op verzoek van [appellante] en buiten [de vennootschap] om dan wel onder verantwoordelijkheid van [de vennootschap] is geschied.
waarschijnlijk dat de geconstateerde benige letsels door lokale en herhaalde druk van het bit en/of stang/trens combinaties veroorzaakt zijn bij [het paard](p. 30 van het rapport).
(e-mail van 24 maart 2014, rov. 6.1.8.).
De stelling dat [geïntimeerden] en [geïntimeerde 4] niets aan [het paard] hebben gemerkt acht het hof hiertoe onvoldoende. Brama merkt op dat het ontbreken van conflictgedrag bij paarden niet altijd betekent dat er geen pijn is en volgens [specialist] heeft [het paard] mogelijk nooit echt getoond dat hij pijn had en zijn paarden meesters in het maskeren van ongemakken die ontstaan in hun mond (rov. 6.1.9.). Volgens [geïntimeerden] en [geïntimeerde 4] kon het letsel alleen met röntgen worden geconstateerd in welk licht de stelling dat de tandarts niets heeft opgemerkt in april en november 2013 evenmin maakt dat voldoende is betwist dat het letsel op dat moment niet aanwezig was.
letsels aan de lagen van de mond niet zeldzaam zijn en over het algemeen gerelateerd zijn aan het type bit en het gebruik”. Of sprake was van excessief bitgebruik blijkt daaruit naar het oordeel van het hof niet.
29 december 2013
Is het waarschijnlijk dat een dergelijke professionele amazone tijdens het berijden of trainen aan het paard merkt dat het onderhavige mondletsel is ontstaan?
beantwoord en welke waarde heeft deze prestatie gehad).
- € 14.448,40 plus rente;
- het deel van de facturen van € 2.933,79 dat geheel verband houdt met werkzaamheden en redelijke kosten ter vaststelling van de aansprakelijkheid plus rente, hetgeen [appellante] nader dient te onderbouwen zo nodig bewijzen;
- het deel van de facturen van [de vennootschap] en/of [geïntimeerde 4] dat een prestatie betreft die niet aan de verbintenis heeft beantwoord. Het is aan [appellante] om te onderbouwen en zo nodig te bewijzen welk deel van de facturen dit betreft.
Mede uit proceseconomisch oogpunt (het is de vraag of de kosten voor partijen in geval van verder procederen opwegen tegen de mogelijke baten), geeft het hof partijen in overweging