Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/349566 / HA ZA 19-537)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties 1 tot en met 6;
- de memorie van antwoord met productie 1;
- de door [appellant] genomen akte;
- de door HSU genomen antwoordakte.
3.De beoordeling
- [appellant] is onder meer investeerder. Hij doet onder meer zaken via zijn besloten vennootschap Holding All-in B.V. (hierna: Holding All-in).
- HSU houdt zich bezig met de periodieke reiniging en het rijklaar maken van bussen voor het openbaar vervoer en touringcars en de schoonmaak van treinen, trams, vliegtuigen en veerboten.
- HSU wordt bestuurd door twee statutair directeuren, de heren [directeur 1] en [directeur 2] (hierna: [de directeuren] ). [de directeuren] bezitten via hun persoonlijke holdings [de Holding] (hierna: [de Holding] ) en [de Holding 2] (hierna: [de Holding 2] ) elk 50% van de aandelen in HSU.
- Omstreeks begin 2013 zijn [de directeuren] in contact gekomen met [appellant] en hebben zij overleg gehad over een deelname van [appellant] aan HSU.
- Bij notariële akte van 28 januari 2013 hebben [de Holding] en [de Holding 2] 60% van de aandelen in HSU geleverd aan Holding All-in voor een koopsom van € 60.000,--. Holding All-in zou die koopsom in drie jaarlijkse termijnen voldoen, waarbij de eerste betaling op 1 februari 2013 en de laatste betaling op 1 februari 2015 zou plaatsvinden.
- [appellant] heeft met ingang van 2013 financiële middelen ter beschikking gesteld aan HSU. Dit is geregistreerd in een rekening-courantverhouding tussen [appellant] en HSU. De schuld die HSU in rekening-courant had aan [appellant] bedroeg op 31 december 2014 € 315.752,-- en op 31 december 2015 € 210.967,--.
- Omstreeks begin 2016 hebben [de directeuren] met [appellant] afgesproken dat [appellant] en Holding All-in zich uit HSU zouden terugtrekken.
- Holding All-in heeft vervolgens haar aandelen in HSU (terug)verkocht en bij notariële akte van 22 januari 2016 (terug)geleverd aan [de Holding] en [de Holding 2] voor een koopsom van € 60.000,--. [de Holding] en [de Holding 2] hebben in de akte erkend het bedrag van € 60.000,-- schuldig te zijn aan Holding All-in.
- In het kader van de beëindiging van de samenwerking heeft HSU op 22 januari 2016 met [appellant] een “Leningsovereenkomst” gesloten waarin HSU is aangeduid als geldnemer en [appellant] als geldgever. In deze overeenkomst staat onder meer het volgende:
in aanmerking nemende:
dat geldgever tot en met 1 januari 2016 aan geldnemer kredieten heeft verstrekt waarvan het totaalbedrag thans € 205.000,- (…) bedraagt;
dat geldgever ten gevolge van voornoemde kredietverstrekking heeft te vorderen
1. Geldnemer verklaart wegens per heden ter leen ontvangen gelden in de vorm van
Rekening Courant verschuldigd te zijn aan geldgever een som van € 205.000,-;
2. Geldnemer is vanaf 1 januari 2016 over de hoofdsom of het onafgeloste deel
daarvan een interest verschuldigd van 2% per jaar (…);
3. De aflossing van de lening zal geschieden in maandelijks gelijke termijnen ad
€ 12.500 (…) , waarvan de eerste termijn vervalt op 28 februari 2016.”
“In aanmerking nemende:
- dat geldgever 22 maart 2016 aan geldnemer kredieten heeft verstrekt waarvan het totaalbedrag thans € 150.000,- (…) bedraagt;
- dat geldgever ten gevolge van voornoemde kredietverstrekking heeft te vorderen
1. Geldnemer verklaart wegens per heden te leen ontvangen gelden in de vorm van
Rekening Courant verschuldigd te zijn aan geldgever een som van € 150.000,-;
2. Geldnemer is vanaf 21 Maart 2016 over de hoofdsom of het onafgeloste deel
daarvan een interest verschuldigd van 2% per jaar (...).
3. De aflossing van de lening zal geschieden in maandelijks gelijke termijnen ad
€ 12.500 (…) , waarvan de eerste termijn vervalt op 28 maart 2016.”
- Op 22 maart 2016 heeft [appellant] geen geld verstrekt aan HSU.
- In het kader van de overeenkomst van 22 maart 2016 heeft HSU geen betalingen gedaan aan [appellant] .
- een hoofdsom van € 150.000,--, vermeerderd met een contractuele rente van 2% per jaar over dit bedrag vanaf 21 maart 2016;
- € 2.275 ter zake buitengerechtelijke incassokosten;
- Uitgaande van de stellingen van [appellant] , betreft de overeenkomst van 22 maart 2016 geen overeenkomst van geldlening maar een schuldbekentenis (rov. 4.4).
- Wat in de overeenkomst van 22 maart 2016 staat, klopt niet. [appellant] heeft het in de overeenkomst genoemde bedrag niet aan HSU ter beschikking gesteld. De schriftelijke overeenkomst heeft om die reden geen dwingende bewijskracht (rov. 4.6).
- [appellant] heeft onvoldoende onderbouwd dat overeengekomen is dat HSU aan [appellant] € 150.000,-- zou voldoen als vergoeding voor diens uittreden uit HSU (rov. 4.8, 4.10 en 4.13).
- € 15.000,-- ter leen verstrekt aan [directeur 1] ;
- € 15.000,-- ter leen verstrekt aan [directeur 2] .
- € 10.000,-- ter leen verstrekt aan [directeur 1] ;
- € 10.000,-- ter leen verstrekt aan [directeur 2] .
- twee keer € 25.000,--, dus in totaal € 50.000,-- ter leen verstrekt aan [directeur 1] ;
- € 25.000,-- ter leen verstrekt aan [directeur 2] .
- De betalingen die [appellant] op 9 juli 2014 en 30 juli 2014 aan [de directeuren] heeft gedaan, betroffen het aankoopbedrag voor de aandelen die [appellant] op 28 januari 2013 in HSU had verworven. Dat blijkt ook uit de omschrijvingen die [appellant] in de Turkse taal heeft geplaatst bij de twee betalingen van 30 juli 2014. Die omschrijvingen houden vrij vertaald in
- Het bedrag van € 100.000,-- dat [appellant] aan [de directeuren] heeft betaald (op 23 november 2015 twee keer € 25.000,-- aan [directeur 1] , op 23 november 2015 € 25.000,-- aan [directeur 2] en op een eerder moment € 25.000,-- aan [directeur 2] ), is terugbetaald door de betaling van € 49.985,95 die [directeur 1] op 21 december 2015 aan [appellant] heeft gedaan en door de betaling van € 50.000,-- die [directeur 2] op 23 december 2015 aan [appellant] heeft gedaan. Dit blijkt uit de bankafschriften die als productie 2 bij de dagvaarding in hoger beroep zijn overgelegd.
per heden te leen ontvangen gelden” en dat [appellant] dat bedrag van HSU te vorderen heeft. Vast staat dat die tekst mogelijk niet geheel juist is. [appellant] heeft immers op 22 maart 2016 geen gelden ter leen verstrekt aan HSU.
- HSU heeft de stelling van [appellant] dat hij begin 2016 uit hoofde van geldlening € 150.000,-- van [de directeuren] te vorderen had, gemotiveerd en onder verwijzing naar producties betwist (zie rov. 3.6.3 van dit arrest).
- De bewoordingen van de overeenkomst van 22 maart 2016 stemmen niet zonder meer geheel overeen met de feiten die [appellant] in de dagvaarding in hoger beroep aan zijn vordering ten grondslag heeft gelegd.
- [appellant] heeft in de inleidende dagvaarding geen melding gemaakt van door hem aan [de directeuren] ter leen verstrekte bedragen, en evenmin van overname van de daaruit resulterende schuld uit geldlening door HSU. Dit draagt niet bij aan de geloofwaardigheid van de stellingen van [appellant] .
- In zijn in hoger beroep genomen akte heeft [appellant] zijn stellingen wederom gewijzigd of ten minste gepreciseerd. In die akte stelt hij dat de onderhandelingen over zijn uittreden hebben geresulteerd in de afspraak dat hij € 100.000,-- zou ontvangen, dat hij van de door hem verschuldigde koopsom voor de aandelen slechts € 20.000,-- heeft betaald (op 30 juli 2014) en dat hij dat geld terug wil ontvangen, en dat daarnaast de door hem op 9 juli 2014 ter leen verstrekte bedragen van tweemaal € 15.000,-- in de overeenkomst van 22 maart 2016 zijn opgenomen. Dat [appellant] zijn stellingen weer heeft aangepast, draagt niet bij aan de geloofwaardigheid van hetgeen hij in de dagvaarding in hoger beroep als toelichting op zijn grieven heeft gesteld.
- dat [appellant] geld heeft verstrekt aan [de directeuren] ;
- dat dit bedrag op verzoek van [de directeuren] is opgenomen in de “Leningsovereenkomst” van 22 maart 2016;
- dat dit bedrag nog niet is terugbetaald.
4.De uitspraak
- € 15.000,-- ter leen heeft verstrekt aan [directeur 1] ;
- € 15.000,-- ter leen heeft verstrekt aan [directeur 2] ;
- € 10.000,-- ter leen heeft verstrekt aan [directeur 1] ;
- € 10.000,-- ter leen heeft verstrekt aan [directeur 2] ;
- twee keer € 25.000,--, dus in totaal € 50.000,--, ter leen heeft verstrekt aan [directeur 1] ;
- € 25.000,-- ter leen heeft verstrekt aan [directeur 2] ;