ECLI:NL:HR:2001:AA9314
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savorin Lohman
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest over bewijs van betaling en ontbinding koopovereenkomst faillissementscurator
In deze zaak stond centraal de ontbinding van een koopovereenkomst tussen [A] B.V. en Brooke Holland Incorporated over onroerende zaken. Brooke had een bedrijfspand met bovenwoningen gekocht, maar de curator in het faillissement van [A] B.V. stelde dat Brooke niet de volledige koopsom had voldaan. De rechtbank ontbond de koopovereenkomst en het hof Arnhem bekrachtigde dit oordeel.
De Hoge Raad oordeelde dat de akte van levering met daarin een finale kwijting dwingend bewijs oplevert dat de koopsom volledig is betaald, tenzij de curator tegenbewijs levert. Het hof had onvoldoende gemotiveerd waarom het deze dwingende bewijskracht niet aanvaardde en waarom het oordeelde dat Brooke geen bewijs kon ontlenen aan de kwijting. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof Arnhem.
De zaak werd verwezen naar het hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling. De Hoge Raad veroordeelde de curator in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak verduidelijkt de bewijskracht van authentieke akten en de bewijslastverdeling tussen curator en koper in faillissementszaken.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.