Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
- de akte uitlating ten behoeve van de comparitie van 13 februari 2020 van [appellant] met producties,
- de memorie van grieven met producties,
- de memorie van antwoord met een productie
- de akte uitlating van [appellant] met producties.
2.De motivering van de beslissing in hoger beroep
- I) dat voor recht wordt verklaard dat hij de navolgende posten niet verschuldigd is: vastrecht water en elektra, CAI, Videma, afkoop dagbezoek, verwerkingsbijdrage huisvuil en tuinafval en bijdrage OK-Gas,
- II) betaling van hetgeen door hem onverschuldigd is betaald, begroot op een bedrag van € 9.572,48,
- III) dat [geïntimeerde] wordt opgedragen te verstrekken de specificaties van de werkelijke kosten van de posten elektra en water over de periode 2006 tot en met 2016, voorzien van de toegepaste verdeelsleutel en de toelichting daarom, alsmede de onderliggende stukken die hebben geleid tot die verdeelsleutel, onder verbeurte van een dwangsom en
- IV) de wettelijke rente over II vanaf 21 augustus 2019.
- factuur [factuur 1] € 22,23
- factuur [factuur 2]
- vastrecht water en elektra € 51,32
- eenheidsprijs elektra € 370,08
- eenheidsprijs water € 19,08
- vast recht water en elektra € 51,99
- eenheidsprijs elektra € 256,05
- eenheidsprijs water € 15,45
€ 28,94
nietis gemaakt. Dat heeft hij ook gedaan, zo volgt uit hetgeen hiervoor onder 2.5 en 2.6 is overwogen, en omdat [geïntimeerde] deze stelling voldoende gemotiveerd heeft betwist, draagt [appellant] de bewijslast van zijn stelling. [appellant] heeft echter geen voldoende specifiek bewijsaanbod gedaan. In hoger beroep zal van een partij die bewijs door getuigen aanbiedt, in beginsel mogen worden verwacht dat zij voldoende concreet aangeeft op welke van haar stellingen dit bewijsaanbod betrekking heeft en, voor zover mogelijk, wie daarover een verklaring zou kunnen afleggen (HR 9 oktober 2015 ECLI:NL:HR:2015:3009). Dit heeft [appellant] niet gedaan en het hof ziet geen aanleiding hem ambtshalve tot de bewijslevering toe te laten. Nu niet kan worden vastgesteld dat [appellant] deze post onverschuldigd heeft betaald, kan deze vordering niet worden toegewezen. Grief 4 slaagt in zoverre niet.
€ 133,70
€ 19,21
€ 179,52