Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 3] ,gevestigd te [vestigingsplaats] en kantoorhoudende te [kantoorplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/311871 / HA ZA 16-570)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met eisvermeerdering
- de memorie van grieven van 9 april 2019, met eiswijziging, en met producties 4 tot en met 10
- de memorie van antwoord van 18 juni 2019, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, met producties 34 tot en met 66
- de akte van niet dienen op 30 juli 2019 verleend aan [appellant]
- het pleidooi van 30 juni 2021, waarbij de advocaat van [appellant] pleitnotities heeft overgelegd
- de door [appellant] overgelegde producties 11 tot en met 19, die bij pleidooi bij akte in het geding zijn gebracht
- de door [geïntimeerde c.s.] overgelegde productie 67, die bij pleidooi bij akte in het geding is gebracht.
3.De beoordeling
€ 6.093,-