Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 11 februari 2020;
- de memorie van antwoord in principaal hoger beroep tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep tevens houdende wijziging van eis met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met producties;
- de akte van [Tapasbar] B.V van 2 juni 2020 met producties;
- de antwoordakte van [Grieks specialiteitenrestaurant] van 30 juni 2020.
6.De verdere beoordeling
Is het mogelijk de 12e het pand (opnieuw) te bezichtigen? Wij zijn al een keer eerder hiervoor geweest maar hebben afgehaakt vanwege de buurman en de gevraagde overname kosten.(…)”.
Volgens afspraak in de bijlage een brochure van Tappasbar/Steakhouse [tapasbar/steakhouse]
Beste? (excuses maar uw naam is mij ontgaan en ik heb nog geen visitekaartje van u)
zijn er geen overname verplichtingen.
”.
Van de heer [bestuurder appellante] heb ik dit overname bod ontvangen voor overname restaurant [Tapasbar] , gelegen aan de [straatnaam] te [plaats 2] .
Naar aanleiding van ons telefonisch onderhoud waarin u mij gevraagd heeft hoe de vervolgstappen dienen te gaan zak ik u hierover informeren.
- de koper van restaurant [Tapasbar] is de heer [medewerker van bestuurder appellante] (zie bijgesloten uittreksel KvK)
- de koper is dus niet de heer [bestuurder appellante] of [Grieks specialiteitenrestaurant] B.V.
- de huurder van het pand gelegen aan de [straatnaam] te [plaats 2] wordt dus ook de heer [medewerker van bestuurder appellante]
- kunt u het financieringsvoorbehoud als volgt aanpassen: “deze transactie
De heer [bestuurder appellante] heeft op 09 februari j.l. een bod gedaan van € 150.000,- op
De heer [bestuurder appellante] heeft vanaf het begin duidelijk gemaakt dat de heer [medewerker van bestuurder appellante] de kopende partij is en dat de heer [bestuurder appellante] franchisegever is en niet koper.
De heer [bestuurder appellante] heeft de bieding gedaan en bevestigd, tevens heeft hij te kennen gegeven de zekerheidstelling te betalen, wij hebben hierover geen contact
Ik wil mij bod van 150000 intrekken.
Geachte heer [medewerker van bestuurder appellante] , beste [voornaam] ,
Verkoper is genegen de bieding van de heer [medewerker van bestuurder appellante] te accepteren maar zal de heer [bestuurder appellante] niet vrijwaren van zijn gedane bieding tot dat de heer [medewerker van bestuurder appellante] de gehele koopsom heeft voldaan.
- primair de koopsom van € 150.000,-, subsidiair een door de rechtbank te bepalen bedrag;
- een bedrag van € 2.275,- aan buitengerechtelijk incassokosten, vermeerderd met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW;
- een bedrag van € 1.150,68 zijnde de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW over het bedrag van € 150.000,-,
- in het geval dat in conventie wordt geoordeeld dat er een koopovereenkomst tot stand is gekomen, te verklaren voor recht dat de koopovereenkomst buitengerechtelijk is vernietigd bij brief van 25 april 2017, dan wel de koopovereenkomst te vernietigen;
- in het geval de vorderingen van [Tapasbar] in conventie worden afgewezen te verklaren voor recht dat de door [Tapasbar] ten laste van [bestuurder appellante] en [Grieks specialiteitenrestaurant] gelegde conservatoire beslagen onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 BW Pro alsmede [Tapasbar] te veroordelen tot opheffing van deze beslagen binnen 3 dagen na het in deze te wijzen vonnis, onder gelijktijdige overlegging van bewijsstukken daarvan, onder verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor iedere dag dat [Tapasbar] daarmee in gebreke blijft alsmede [Tapasbar] op grond van artikel 6:162 BW Pro te veroordelen tot het vergoeden van alle schade die [bestuurder appellante] en [Grieks specialiteitenrestaurant] dientengevolge hebben geleden en zullen lijden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
- dat niet met redelijke mate van zekerheid is komen vast te staan dat [bestuurder appellante] voorafgaand aan, tijdens of na de bezichtiging op 30 januari 2017 aan [makelaar] of [bestuurder geintimeerde] kenbaar heeft gemaakt dat hij in de contacten over en bij de bezichtiging van [Tapasbar] optrad voor [medewerker van bestuurder appellante] , dan wel dat niet hij maar [medewerker van bestuurder appellante] degene was die geïnteresseerd was in de koop van de exploitatie van [Tapasbar] ; (rov. 2.11)
- dat [Tapasbar] er onder de gegeven omstandigheden op mocht vertrouwen dat het de bedoeling van [bestuurder appellante] was om het aanbod te doen de exploitatie van [Tapasbar] te kopen voor een bedrag van € 150.000,- en dat [Tapasbar] niet hoefde te begrijpen dat [bestuurder appellante] het bod eigenlijk uitbracht namens [medewerker van bestuurder appellante] . Nu [Tapasbar] dit aanbod heeft aanvaard en dit - via [makelaar] - aan [bestuurder appellante] heeft kenbaar gemaakt, is op dat moment de overeenkomst met betrekking tot de koop van de exploitatie en inventaris van [Tapasbar] tot stand gekomen; (rov 2.14)
- dat de koopovereenkomst met betrekking tot de exploitatie van [Tapasbar] enkel tot stand is gekomen met [Grieks specialiteitenrestaurant] en niet tevens met [bestuurder appellante] ; (rov. 2.16)
- dat het beroep van [Grieks specialiteitenrestaurant] op vernietiging van de overeenkomst op grond van wederzijdse dwaling niet op gaat; (rov. 2.19)
- dat het verweer van [Grieks specialiteitenrestaurant] dat de redelijkheid en de billijkheid zich ertegen verzetten dat zij aan de koopovereenkomst wordt gehouden als onvoldoende onderbouwd wordt gepasseerd; (rov. 2.20)
- dat [Tapasbar] de overeenkomst op goede gronden buitengerechtelijk heeft ontbonden; (rov. 2.33)
- dat [Tapasbar] een schade van € 80.000,- wegens verlies aan goodwill heeft geleden; (rov. 2.38)
- dat [Tapasbar] de schadepost gemiste huurinkomsten niet heeft onderbouwd; (rov. 2. 41)
- dat [Tapasbar] haar vordering aan gemiste huurinkomsten onvoldoende heeft onderbouwd; (rov. 2.42)
- dat een bedrag van € 80.000,- zal worden toegewezen en de overige schadeposten worden afgewezen; (rov. 2.43)
- een bedrag van € 80.000,- vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro;
- een bedrag van € 1.788,- aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro;
- een bedrag van € 1.620,18 aan beslagkosten, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro;
- in de (na)kosten.
na onze telefonische gespreek stuur ik onze bod.