Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en producties, ingekomen ter griffie op 22 september 2020;
- het verweerschrift inclusief incidenteel hoger beroep met producties, ingekomen ter griffie op 9 november 2020;
- het verweerschrift in incidenteel hoger beroep met productie 35, ingekomen ter griffie op 19 november 2020;
- een brief van [werkgever] met producties 30 t/m 34 in principaal hoger beroep, ingekomen ter griffie op 19 november 2020;
Het hof oordeelt als volgt. Alle vier de producties zijn kort en eenvoudig te doorgronden. Gelet op het feit dat [werknemer] de echtheid van de verklaring uit productie 33 ter zitting heeft betwist en in haar pleitnotities (in de onderdelen 5 en 6) op de inhoud daarvan nader is ingegaan, is het hof van oordeel dat [werknemer] zich over deze productie voldoende heeft kunnen uitlaten. [werknemer] heeft desgevraagd bevestigd ook de andere drie producties voorafgaand aan de zitting te hebben bestudeerd. Het hof beslist dat de producties 30 t/m 34 worden toegelaten.
3.De beoordeling
2.13 Communicatie
Medewerkers mogen nooit documenten die betrekking hebben op cliënten naar hun privé mail sturen
€ 15.000,-;
In incidenteel hoger beroep heeft [werknemer] verzocht [werkgever] te veroordelen om de door [werknemer] toegestuurde werkgeversverklaring die zij nodig heeft voor de herregistratie in het register van de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) ondertekend aan [werknemer] retour te sturen, op straffe van verbeurte van een dwangsom en [werkgever] te veroordelen in de proceskosten van de eerste aanleg en van het incidenteel hoger beroep, te vermeerderen met de wettelijke rente en nakosten.
Dat [werknemer] in eerste instantie heeft ontkend de gegevens aan zichzelf te hebben gemaild doet aan het voorgaande niet af. Grief I in principaal hoger beroep faalt.
Ook deze grief in incidenteel hoger beroep faalt.