Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en producties, ingekomen ter griffie op 5 januari 2021;
- het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met producties, ingekomen ter griffie op 23 februari 2021;
- het verweerschrift tegen zelfstandig verzoek, ingekomen ter griffie op 5 maart 2021;
- een brief van [de werknemer] met producties 4 tot en met 8, ingekomen ter griffie op 28 april 2021;
3.De beoordeling
- een billijke vergoeding van € 33.753,15 bruto,
- de gefixeerde schadevergoeding van € 3.469,07 en
- de transitievergoeding van € 1.000,-- bruto.
- ten onrechte door [de werkgever] beschuldigd van overtreding van het geheimhoudingsbeding,
- ten onrechte door [de werkgever] op non-actief gesteld,
- gedwongen tot inlevering van alle bedrijfseigendommen en
- geconfronteerd met een door [de werkgever] opgestelde vaststellingsovereenkomst tot beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst.
4.De beslissing
- de door [de werknemer] verzochte verklaring voor recht met betrekking tot de dringende reden is afgewezen;
- [de werknemer] is veroordeeld tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding;
- de door [de werkgever] verzochte verklaring voor recht tot verrekening is toegewezen;
- [de werknemer] met betrekking tot zijn verzoeken is veroordeeld in de proceskosten;
- € 7.500,00 bruto ten titel van een billijke vergoeding,
- € 2.587,19 bruto ten titel van de gefixeerde schadevergoeding;