Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 7136974 / CV EXPL 18-5194)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
- het pleidooi van 30 april 2021 waarbij [appellant] een pleitnota heeft overgelegd en [geïntimeerde] pleitaantekeningen heeft overgelegd;
- de bij brief van 6 april 2021 door [appellant] toegezonden twee proeven van een plusteken in het handschrift van de heer [geïntimeerde] , die bij het pleidooi bij akte in het geding zijn gebracht;
- de bij brief van 15 april 2021, met H12 formulier van 15 april 2021, door [geïntimeerde] toegezonden producties 3 en 4 die bij het pleidooi bij akte in het geding zijn gebracht.
3.De beoordeling
Resumerend: we willen een fatsoenlijke, nette, goed functionerende keuken, waarbij alle reparaties onzichtbaar worden weggewerkt naar tevredenheid van de klant en volgens afspraak op de offerte(…)
of er komt een andere keuken.(…)”.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen”. De beslissing is op 7 juni 2018 aan partijen verzonden.
- Gebondenheid van [appellant] aan de beslissing van de Geschillencommissie is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Het bindend advies zal daarom bij het eindvonnis vernietigd worden.
- Op [appellant] rust de bewijslast van zijn stelling dat [geïntimeerde] naderhand tekst heeft toegevoegd aan de bon die [appellant 2] op 14 augustus 2017 heeft ondertekend.
- ten onrechte heeft doen voorkomen alsof de bij Miton bestelde keuken met een verkeerde bestemming zou zijn verscheept;
- ten onrechte niet heeft vermeld dat Miton vanwege nog openstaande facturen niet aan [geïntimeerde] wilde leveren.