Uitspraak
5.Het verloop van de procedure
- de tussenbeschikking van het hof van 17 oktober 2019;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 30 januari 2020 (en de in dat proces-verbaal genoemde op voorhand toegezonden producties door [de werknemer] );
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 1 september 2020;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 12 januari 2021;
- een memorie na enquête van de zijde van [de werknemer] , ingekomen ter griffie op 9 februari 2021;
- een memorie na enquête van de zijde van [de werkgever] , ingekomen ter griffie op 10 februari 2021;
- een antwoordmemorie na enquête van de zijde van [de werknemer] , ingekomen ter griffie op 8 maart 2021;
- een antwoordmemorie na enquête van de zijde van [de werkgever] , ingekomen ter griffie op 10 maart 2021.
6.De verdere beoordeling in hoger beroep
zelf de naam van [de werknemer] nog heb genoemd”niet dat hij de naam heeft gelekt aan de pers en dat valt ook niet af te leiden uit de producties 28, 30 tot en met 33. Het hof overweegt daarover het volgende. Vast staat dat de naam van [de werknemer] uitdrukkelijk is genoemd in de media in berichtgeving over de handtekeningenkwestie. Het gaat er om wie de naam van [de werknemer] heeft gelekt naar de media. Met ‘lekken’ wordt bedoeld wie de naam van [de werknemer] voor het eerst heeft doorgespeeld aan de media, dus hoe het kan dat de naam van [de werknemer] in de media is beland. Als het ‘slechts’ zou gaan om het feit dat [getuige 8] in een interview de naam van [de werknemer] heeft genoemd, dan was een bewijsopdracht niet nodig geweest. Dat stond tussen partijen al vast. Het gaat er om of (de bestuurder(s) van) [de werkgever] voor het eerst zijn naam heeft genoemd. Het hof is van oordeel dat [de werknemer] niet is geslaagd in het leveren van dat bewijs.
“Het gaat om (…) en betreft de teldata 1/10/2017 en 1/2/18”.
“Ik kan mij niet meer herinneren in welk schooljaar we hier exact mee zijn gestart, maar ik weet wel dat we dit meerdere jaren op deze manier hebben gedaan. Nadat dit in het schooljaar 2017/2018 aan het licht kwam (…)”.[getuige 4] heeft als getuige verklaard dat hij honderd procent achter deze schriftelijke verklaring staat. [getuige 5] heeft als getuige verklaard dat zij denkt dat één of twee jaar zo is gewerkt. [getuige 6] heeft als getuige verklaard dat zeker een jaar of vijf, zes, zo is gewerkt. Hoewel er verschillend is verklaard over de periode waarin op de verkeerde wijze is gewerkt, volgt uit de verklaringen van al deze getuigen dat [de werknemer] op de hoogte is geweest. Dat zou niet logisch zijn wanneer de werkwijze met betrekking tot het plaatsen van handtekeningen pas tijdens zijn op non-actiefstelling aan de orde zou zijn geweest. Bovendien heeft [de werkgever] formulieren van de onjuiste werkwijze in het geding gebracht. Het gaat om stukken uit 2015.
heeft toegelicht hoe [de werkgever] erin stond en met name verteld dat het niet alleen maar ging om de handtekeningenaffaire die de pers had uitgelicht. Wat hij precies heeft gezegd kan ik mij niet herinneren tot in detail. Het is mij bij gebleven in de zin van dat hij heeft gezegd als je aanvullende informatie hebt, kom daar dan mee. U vraag mij of hij heeft gezegd dat het moest gaan om informatie die [de werkgever] moest helpen of die negatief was over [de werknemer] . Ik antwoord op beide vragen: nee, daar heeft hij niet expliciet naar gevraagd. Ik hoor dat u zegt dat u stukjes gaat citeren uit een verklaring van een hier gehoorde getuige (r-c: de getuige [getuige 1] ). Ik herken niet de strekking van deze verklaring in die zin dat de bijeenkomst niet op deze manier heb ervaren maar daarbij wil ik opmerken dat ik een voorbespreking heb gehad met [getuige 8] en dat mijn inzet van deze bespreking was om zo snel mogelijk bij elkaar te komen. Ik bedoel daarmee dat de rechtszaak zo snel mogelijk kan worden geschikt of teneinde kan komen. Ik heb dus een andere beleving gehad van deze bijeenkomst. Er zijn wel collega’s bij mij op kantoor geweest die de bijeenkomst hebben ervaren zoals de getuige deze heeft beleefd zoals u mij zojuist heeft voorgehouden. Dat waren [getuige 3] en [betrokkene] . Er zijn ook collega’s geweest die de bijeenkomst anders hebben ervaren meer zoals mijn bedoeling was van de bijeenkomst. Dus om zo snel mogelijk tot elkaar te komen. Dat was bijvoorbeeld [getuige 2] . (…)
7.De beslissing
uiterlijk op 1 juli 2021, waarop [de werkgever]
uiterlijk vier weken latermet een antwoordakte mag reageren;