Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/362986 / KG ZA 20-560)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties, tevens opwerping van een incident tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraadverklaring;
- de memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, tevens wijziging van eis met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
- de akte houdende producties van de zijde van de vader d.d. 18 december 2020 met producties 6 tot en met 10;
- het H12 formulier van de zijde van de vader d.d. 21 december met een e-mailbericht van dezelfde datum en productie 11;
- de pleitnota van de zijde van de moeder zoals voorgedragen tijdens de mondelinge behandeling op 22 december 2020;
- het H16 formulier van de zijde van de vader d.d. 11 januari 2021 met een brief van diezelfde datum, een akte in geding brengen producties en producties 8 tot en met 10 van de procedure in eerste aanleg;
- het H16 formulier van de zijde van de moeder d.d. 25 januari 2021;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling gehouden op 22 december 2020;
- de akte houdende producties van de zijde van de vader d.d. 23 maart 2021 met producties 12 tot en met 16.
3.De beoordeling
[minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] aan de vrouw wordt toevertrouwd;
welke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken door partijen komt het meest tegemoet aan de belangen van [minderjarige] ?
hoe dient de regeling qua aard, duur en frequentie vorm gegeven te worden?
zijn er contra-indicaties voor omgang en zo ja, welke?
in hoeverre zijn deze contra-indicaties op te heffen: hoe, onder welke voorwaarden en op welke termijn?
“Moeder is zich ervan bewust dat ze niet zonder toestemming van vader naar Polen heeft mogen vertrekken. Moeder heeft vader vertelt[sic]
dat ze met [minderjarige] naar Polen vertrok. De advocaat van moeder vond het niet nodig om de toestemming te regelen. (…)