In deze strafzaak stond verdachte terecht voor poging tot zware mishandeling en bedreiging met gevaar voor de algemene veiligheid. De rechtbank Zeeland-West-Brabant sprak verdachte vrij van deze tenlasteleggingen. De officier van justitie stelde hoger beroep in tegen deze vrijspraak en vorderde een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft het vonnis van de rechtbank bestudeerd, de vorderingen van de advocaat-generaal en de verdediging gehoord. Het hof onderschrijft het vonnis en de motivering van de rechtbank, met uitzondering van enkele zinsneden betreffende de afstand tussen verdachte en een van de slachtoffers tijdens het incident.
Uiteindelijk bevestigt het hof het vonnis van vrijspraak. De uitspraak werd gedaan op 3 mei 2021 door een meervoudige kamer, waarbij één raadsheer wegens omstandigheden niet medeondertekende.