Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/232352/ HA ZA 17-116)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep van 16 maart 2018;
- het tegen [geïntimeerde 1] verleende verstek;
- de memorie van grieven tevens vermindering van eis, met producties;
- de memorie van antwoord, met producties;
3.De beoordeling
- het in de ontwerp-R&V opgenomen saldo ten bedrage van € 12.351,14,
- de in de ontwerp-R&V opgenomen giften aan gedaagden door moeder ten bedrage van € 20.000,-,
- de in de ontwerp-R&V opgenomen giften aan derden door moeder ten bedrage van
- € 4.500,-,
- het in het ontwerp opgenomen saldo betreffende huishoudelijke schulden ten bedrage van € 512,50,
- de schulden van moeder aan [appellante] en gedaagden wegens hun erfdeel in de nalatenschap van vader ten bedrage van € 45.804,69, te vermeerderen met de (enkelvoudige) testamentaire rente van 6% per jaar vanaf 17 maart 2001 tot 18 juli 2014 over de hoofdsom
- de begrafeniskosten ten bedrage van € 1.109,22.
Een erfgenaam die zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedraagt, aanvaardt daardoor de nalatenschap zuiver, tenzij hij zijn keuze reeds eerder heeft gedaan.”