Belanghebbende organiseert vlooienmarkten en stelt grondplaatsen, al dan niet met marktkraam, ter beschikking aan standhouders tegen vergoeding. De Inspecteur legde naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat hij meende dat de dienstverlening belast was. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
In hoger beroep oordeelt het Hof dat de terbeschikkingstelling van grondplaatsen met of zonder marktkraam één enkele prestatie vormt, waarbij de grondplaats de hoofddienst is en de marktkraam een bijkomende dienst. Het Hof stelt vast dat deze prestatie kwalificeert als verhuur van onroerende zaken, die vrijgesteld is van omzetbelasting volgens artikel 11, lid 1, letter b, van de Wet OB.
Het Hof verwerpt het standpunt van de Inspecteur dat de dienstverlening een meer dan bijkomstig karakter heeft en dat het Gillan Beach-arrest een andere kwalificatie zou rechtvaardigen. De organisatie van de vlooienmarkt is slechts een bijkomend element en geen zelfstandige prestatie jegens de standhouders. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de Rechtbank en de naheffingsaanslag worden vernietigd, en de Inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.