Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[appellant 1]
[appellant 2]
[geïntimeerde 1],
[geïntimeerde 2] ,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid centraal na twee vechtpartijen op een woonwagenkamp tussen twee groepen bewoners. De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft eerder vonnissen gewezen die deels in hoger beroep zijn aangevochten. Het geschil betreft vorderingen op grond van onrechtmatige daad in groepsverband (art. 6:162 en Pro 6:166 BW) en aansprakelijkheid voor schade door dieren (art. 6:179 BW Pro).
Het hof stelt vast dat op 11 november 2013 appellanten gezamenlijk onrechtmatig hebben gehandeld door onder meer het vernielen van ruiten en auto's van geïntimeerde 1, wat heeft geleid tot diens gedwongen verhuizing en verkoop van woonwagen en perceel. De gedragingen waren voorzienbaar en bedreigend, waardoor appellanten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade van geïntimeerde 1.
Daarnaast is vastgesteld dat geïntimeerden onrechtmatig hebben gehandeld jegens appellant 1 tijdens een vechtpartij in april 2013, waarbij appellant 1 letsel en inkomensschade heeft opgelopen door slagen en hondenbeten. Geïntimeerden zijn hiervoor hoofdelijk aansprakelijk. De bewijsopdracht aan appellant 2 voor letsel door een trap is terecht gegeven, maar het hof kan niet vaststellen dat het knieletsel door een trap is veroorzaakt.
De proceskosten worden gecompenseerd omdat partijen deels in het gelijk worden gesteld. Het hof vernietigt de eerdere vonnissen en doet opnieuw recht, waarbij de aansprakelijkheden en vergoedingen worden vastgesteld en toegewezen.
Uitkomst: Appellanten zijn hoofdelijk aansprakelijk voor schade van geïntimeerde 1 door groepsaansprakelijkheid en geïntimeerden zijn hoofdelijk aansprakelijk voor schade van appellant 1 door onrechtmatige daad en hondenbeten.