Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/249997 / HA ZA 18-238)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties 34 tot en met 37;
- de memorie van antwoord met productie 4;
3.De beoordeling
dat een advocaat als beroepsbeoefenaar de zorgvuldigheid dient te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht.(…)
De(…)
genoemde zorgvuldigheidsplicht brengt mee dat een advocaat zijn cliënt daarbij niet onnodig blootstelt aan voorzienbare en vermijdbare risico’s.”(Hoge Raad 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1406.)
Tevens verrichten wij geen werkzaamheden meer totdat u volledig betaald heeft.(…)”. Daar tegenover staat dat [geïntimeerde] niet heeft gereageerd op de brief van [appellant] van 26 februari 2013 waarin [appellant] schrijft: “
Als u echt van mening bent geen werkzaamheden meer uit te voeren, verneem ik dit graag van u nog eens extra na deze brief(…)” en dat [geïntimeerde] op 5 maart 2013, 27 maart 2013 en 3 april 2013 besprekingen met [appellant] heeft gevoerd over onder meer de inhoud van de memorie van grieven in de zaken [naam 1] en [naam 2] aan de hand van een door [appellant] opgesteld stuk. Gezien het voorgaande en de omstandigheid dat is gesteld noch gebleken dat [geïntimeerde] na 3 april 2013 nogmaals te kennen heeft gegeven geen werkzaamheden meer te verrichten, is van opschorting geen sprake. Het hof passeert eveneens het betoog van [geïntimeerde] dat hem niet kan worden verweten dat [appellant] in hoger beroep in de zaken [naam 1] en [naam 2] niet-ontvankelijk is verklaard, omdat het hof hem gezien de uitspraak van de Hoge Raad van 17 april 2015 een extra termijn van 14 dagen voor het indienen van de memorie van grieven had moeten verlenen. De omstandigheid dat de Hoge Raad 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1064 in het kader van het ‘Procesreglement per 1 januari 2013 voor de pilot civiele dagvaardingszaken bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (hiervoor genoemd pilotrolreglement) heeft geoordeeld dat de goede procesorde meebracht dat het hof een extra termijn voor herstel van veertiendagen had moeten verlenen voor het indienen van de van memorie van grieven neemt niet weg dat [geïntimeerde] op grond van zijn deskundigheid zondermeer wordt geacht op de hoogte te zijn van de geldende termijnen en de verstrekkende gevolgen van de overschrijding. Iedere advocaat moet in ieder geval vanaf 1 maart 2013 worden geacht van de pilotregeling op de hoogte te zijn, aldus bovengenoemde uitspraak. Gezien het voorgaande geldt dat [geïntimeerde] een beroepsfout heeft gemaakt door de memorie van grieven in de zaken [naam 1] en [naam 2] niet tijdig in te dienen. Daarmee staat wanprestatie van [geïntimeerde] op dit punt vast. Grief 3 slaagt.