In deze civiele zaak stond centraal of de Benzinewet van toepassing is op de in 2014 gesloten exploitatie- en agentuurovereenkomst tussen [appellante] en NRGValue, de rechtsopvolger van Esso. Het geschil ontstond nadat NRGValue de overeenkomst wilde beëindigen per 31 december 2017 en ontruiming van het benzinestation vorderde.
De feiten betreffen een langlopende exploitatieovereenkomst die in 2007 werd gesloten op grond van de Benzinewet, waarbij Esso het recht had om een benzinestation te exploiteren en [appellante] als exploitant fungeerde. In 2014 sloten partijen een nieuwe overeenkomst met gewijzigde voorwaarden, waarbij [appellante] niet langer als exploitant motorbrandstoffen verkocht, maar als agent optrad en de shop exploiteerde.
Het hof stelde vast dat ondanks de gewijzigde rol van [appellante], de huurovereenkomst voor het verkooppunt onverkort bleef gelden en de Benzinewet daarop van toepassing bleef. De wettelijke regeling bepaalt dat de overeenkomst van rechtswege eindigt op 31 december 2017. De grieven van [appellante] om dit anders te beoordelen werden verworpen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde [appellante] in de proceskosten.