ECLI:NL:GHSHE:2020:2339
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging door contactweigering vader
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant waarbij haar dochter onder toezicht is gesteld van een gecertificeerde instelling (GI) wegens een ernstige bedreiging van haar ontwikkeling.
De moeder voert aan dat er geen sprake is van een actuele ontwikkelingsbedreiging en dat de ondertoezichtstelling louter gericht is op het herstellen van contact tussen vader en dochter. Zij stelt dat de minderjarige zich goed ontwikkelt en dat zij zelf geen contact wil met de vader, maar dit in de toekomst niet uitsluit.
Het hof oordeelt dat de houding van de moeder duidelijk maakt dat zij niet intrinsiek gemotiveerd is om met de vader samen te werken aan contactherstel. De minderjarige heeft al ruim viereneenhalf jaar geen contact met de vader, toont weerstand en angst, en wijst hem af op een niet op eigen ervaringen gebaseerde grondslag. Dit vormt een ernstige bedreiging voor haar sociaal-emotionele ontwikkeling en identiteitsvorming.
Het hof stelt dat de ondertoezichtstelling gerechtvaardigd is vanwege deze ernstige bedreiging en niet louter gericht is op contactherstel. De GI heeft systeemtherapie ingezet. Het hof wijst het verzoek van de moeder tot vernietiging van de beschikking af en bekrachtigt de ondertoezichtstelling.
De uitspraak benadrukt het belang van contact tussen kind en niet-verzorgende ouder voor een gezonde ontwikkeling en dat het ontbreken daarvan ernstige risico’s kan inhouden, ook als die nog niet direct zichtbaar zijn.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige wegens ernstige bedreiging van haar ontwikkeling door het ontbreken van contact met de vader.