ECLI:NL:GHSHE:2020:208
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in gezags- en voogdijgeschil over minderjarige
In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen de ouders van een minderjarige over het gezag en de voogdij. De rechtbank had het ouderlijk gezag beëindigd en een gecertificeerde instelling tot voogd benoemd. De vader is tegen deze beslissingen in hoger beroep gegaan en verzocht het hof om voorlopige voorzieningen te treffen, waaronder de tijdelijke benoeming van een andere GI als voogd en een onderzoek naar ouderverstoting.
Het hof heeft het verzoek van de vader afgewezen omdat de voorlopige voorziening onvoldoende samenhang vertoonde met de hoofdzaak en omdat een tijdelijke wisseling van voogd onrust bij de minderjarige zou kunnen veroorzaken. Tevens is overwogen dat het lopende raadsonderzoek in de bodemprocedure eerst moet worden afgewacht. Het verzoek om een NIFP-onderzoek werd eveneens afgewezen omdat het hof het onderzoek van de raad wil afwachten en partijen na dat onderzoek een contra-expertise kunnen aanvragen.
De moeder en de gecertificeerde instelling hebben het verzoek van de vader bestreden en aangevoerd dat het niet in het belang van de minderjarige is om de lopende procedure te verstoren. Het hof benadrukte dat de vader klachtmogelijkheden heeft en dat het functioneren van de voogd in het raadsonderzoek kan worden meegenomen. De beslissing omtrent de proceskosten wordt aangehouden tot de hoofdzaak is beslist.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek om voorlopige voorzieningen af en houdt de beslissing over proceskosten aan.