Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Gemeente Roerdalen,zetelend te Sint Odiliënberg,
Waterschap Limburg(rechtsopvolger van Waterschap Roer en Maas)
,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/230075/JHA ZA 17-4)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven, met producties;
- de (gezamenlijke) memorie van antwoord van de Gemeente en het Waterschap, met producties;
- de akte van [appellant] ;
- de antwoordakte van de Gemeente en het Waterschap.
3.De beoordeling
(vast en mobiel) [adres 1] [woonplaats] niet bereikbaar”. [appellant] heeft dit weliswaar betwist, stellende dat hij permanent bereikbaar was en geen gemiste oproepen heeft gehad, maar nagelaten dat te onderbouwen, bijvoorbeeld door het overleggen van de gespreksgeschiedenis van zijn mobiele telefoon. Daarmee staat naar het oordeel van het hof vast dat de gemeente [appellant] heeft gebeld om hem te waarschuwen om 20:30 uur. Verder staat vast dat met een waarschuwing vóór 23:39 uur de schade zou zijn voorkomen (rov. 3.13.). Bij deze stand van zaken kan het hof niet vaststellen dat de schade van [appellant] is ontstaan wegens onvoldoende actie en/of inspanning van de Gemeente om [appellant] te waarschuwen.
23.45 [appellant] [woonplaats] neemt contact met de gemeente op na berichten op de radio. Hij regelt zelf de situatie ter plekke”. Voorts had [afdelingsmanager Beleid en Regie] kennelijk geen actuele informatie over de specifieke situatie bij het Kasteel, buiten het feit dat de toegangsweg blank stond. Zijn advies aan [appellant] om zijn de buren te bellen is dan ook goed navolgbaar. Volgens het gespreksverslag van de partner van [appellant] , heeft [afdelingsmanager Beleid en Regie] hem zelfs het telefoonnummer van die buren gegeven. Dat [appellant] – terecht – niet gerustgesteld was door het gesprek met [afdelingsmanager Beleid en Regie] blijkt uit het feit dat hij de buren inderdaad heeft gebeld. Naar het oordeel van het hof was er op basis van de informatie die [appellant] had na het gesprek met [afdelingsmanager Beleid en Regie] voldoende aanleiding voor hem om terug te keren naar het Kasteel om zijn eigendommen te beschermen, hetgeen hij echter niet heeft gedaan. [appellant] had een eigen verantwoordelijkheid om zich verder van de situatie te vergewissen (zie rov. 3.16).