Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaarthet hoger beroep ongegrond, en
- bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende was in beroep gekomen tegen het niet-tijdig beslissen van de inspecteur op bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2016 en tegen het niet-tijdig beslissen op het verzoek om herziening van de voorlopige aanslag IB/PVV 2017. De rechtbank had het beroep niet-ontvankelijk verklaard voor zover het ging om het niet-tijdig beslissen op bezwaar en herzieningsverzoek, en ongegrond verklaard voor het beroep tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek.
Het hof bevestigt dat belanghebbende geen bezwaar had gemaakt tegen de aanslag IB/PVV 2016, waardoor het beroep daartegen terecht niet-ontvankelijk is. Het prematuur ingediende beroep tegen het niet-tijdig beslissen op het herzieningsverzoek voorlopige aanslag 2017 is eveneens terecht niet-ontvankelijk verklaard. De afwijzing van het herzieningsverzoek is gegrond, omdat de inspecteur terecht de correctie van de arbeidskorting toepaste.
Verder oordeelt het hof dat het niet bevoegd is om te oordelen over invorderingsgeschillen, waarvoor belanghebbende zich tot de civiele rechter moet wenden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.