ECLI:NL:GHSHE:2019:796
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vordering uitbetaling depotbedrag door notaris
Holding en [BV] verkochten 42 aandelen in Beheer BV aan [SA] voor €6.463.000, waarbij een deel van de koopsom (€2.154.333,80) in depot werd gehouden bij een notaris. De depotovereenkomst bepaalde dat de notaris het depotbedrag alleen mocht uitkeren na een gelijkluidende opdracht van beide partijen of na een gerechtelijke uitspraak in kracht van gewijsde. Holding verzocht de notaris tot uitbetaling, maar deze weigerde omdat [SA] niet instemde en er een gerechtelijke procedure liep.
Holding vorderde daarop in kort geding de uitbetaling van de helft van het depotbedrag, maar de voorzieningenrechter wees dit af. In hoger beroep voerde Holding aan dat er geen gerechtelijke procedure was tussen verkoper en koper die de uitbetaling zou mogen blokkeren, terwijl de notaris stelde dat onzekerheid over de procedure tussen Holding en Beheer rechtvaardigt dat hij het depot vasthoudt.
Het hof oordeelde dat de depotovereenkomst niet duidelijk uitsluit dat procedures tussen Holding en Beheer relevant zijn en dat Holding onvoldoende heeft toegelicht waarom deze procedure geen belemmering vormt voor uitbetaling. Gezien de onduidelijkheid over de gerechtelijke procedure en de zelfstandige positie van de notaris is het vasthouden van het depot gerechtvaardigd.
Daarnaast werd de vordering van de notaris tot vergoeding van zijn advocaatkosten in hoger beroep toegewezen, terwijl andere kosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde Holding in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van Holding tot uitbetaling van het depotbedrag af.