ECLI:NL:GHSHE:2019:4641

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
19 december 2019
Publicatiedatum
20 december 2019
Zaaknummer
200.257.916_01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvArt. 2:12 BW
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervanging bijzondere curator in procedure erkenning en omgang minderjarige

In deze zaak heeft de man hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant waarin hij niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn verzoek om vervangende toestemming voor erkenning van zijn minderjarige kind en het vaststellen van een omgangsregeling.

De rechtbank had eerder een bijzondere curator benoemd voor de minderjarige, mr. J. Stappaerts-Zijlmans. Deze bijzondere curator heeft aangegeven per 1 januari 2020 niet langer op te willen treden en verzocht het hof om een opvolger te benoemen, bij voorkeur een van haar kantoorgenoten.

Partijen reageerden verschillend op dit verzoek: de man wenste een nieuwe bijzondere curator van een ander kantoor voor een frisse blik, terwijl de vrouw instemde met een interne overdracht aan een collega van de vertrekkende curator.

Het hof besloot mr. C.F.L. Beukering-Michielsen te benoemen als opvolgend bijzondere curator, met de opdracht een onafhankelijk schriftelijk verslag uit te brengen over het verzoek van de man om vervangende toestemming voor erkenning. Partijen krijgen gelegenheid om schriftelijk te reageren op dit verslag, waarna de zaak mondeling zal worden behandeld.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de zaak wordt aangehouden voor verdere behandeling na ontvangst van het verslag en reacties.

Uitkomst: Het hof vervangt de bijzondere curator en benoemt een opvolger die een onafhankelijk advies moet uitbrengen over het verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht
Zaaknummer: 200.257.916/01
Zaaknummer eerste aanleg: C01/334579 FA RK 18-2599
beschikking van de meervoudige kamer van 19 december 2019
in de zaak in hoger beroep van:
[appellant],
wonende te
[woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. M. Koppelmans-de Goeij,
tegen
[verweerster],
wonende te
[woonplaats] ,
verweerster,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. K.G.L. Bovens,
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de raad.

1.Het geding in eerste aanleg

1.1.
bij beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 17 januari 2019 (zaaknummer in eerste aanleg C01/334579 FA RK 18-2599) heeft de rechtbank de man niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om vervangende toestemming te verlenen om de minderjarige:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] ,
te erkennen en, verkort weergegeven, een omgangsregeling vast te stellen, alsmede een informatie- en consultatieplicht ten laste van de vrouw te bepalen.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
De man is op 15 april 2019 in hoger beroep gekomen tegen de voormelde beschikking.
2.2.
De vrouw is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen.
2.3.
De zaak staat voor dagbepaling van de mondelinge behandeling.

3.De bijzondere curator

3.1.
Bij beschikking van 25 juli 2018 heeft de rechtbank Oost-Brabant over de minderjarige [minderjarige] tot bijzondere curator benoemd:
- mr. J. Stappaerts-Zijlmans, kantoorhoudende te [postcode] [kantoorplaats] , [adres] .
De bijzondere curator heeft onder meer op 14 augustus 2018 een briefrapport aan de rechtbank en aan partijen toegezonden.
3.2.
Bij faxbericht van 1 november 2019 heeft de bijzondere curator aan het hof bericht dat zij per 1 januari 2020 niet meer zal optreden als bijzondere curator. Zij heeft het hof verzocht een van haar kantoorgenoten, mr S.M.P.T. Ruijs-Kreté of mr. C.F.l. van Beukering-Michielsen te benoemen als bijzondere curator.
3.3.
Het hof heeft beide partijen om een reactie gevraagd. Bij journaalbericht van 18 november 2019 heeft de man het hof bericht dat hij opteert voor benoeming van een nieuwe bijzondere curator van een ander kantoor. Op die wijze kan met een geheel nieuwe blik door de te benoemen curator na gesprekken met beide partijen een advies worden gegeven in het kader van de voormelde procedure bij het hof.
3.4.
Bij journaalbericht van 19 november 2019 heeft de vrouw het hof bericht dat zij instemt met benoeming van een collega van mr. Stappaerts-Zijlmans en dat het verzoek van
mr. Stappaerts zo gelezen moet worden, kort samengevat, dat interne overdracht aan een kantoorgenoot dient plaats te vinden en niet dat er een nieuwe bijzondere curator moet worden benoemd die desgewenst een ander standpunt kan innemen.
3.5.
Het hof overweegt het navolgende.
Gelet op het verzoek van mr. Stappaerts-Zijlmans van 1 november 2019 zal het hof
mr. Stappaerts-Zijlmans ontslaan als bijzondere curator en gelijktijdig een opvolgend bijzondere curator benoemen. Het hof zal mr. C.F.L. Beukering-Michielsen benoemen tot bijzondere curator over [minderjarige] . Het hof overweegt dat mr Beukering-Michielsen de nodige ervaring en deskundigheid bezit om haar taken als bijzondere curator naar behoren te kunnen verrichten. Mr. Beukering-Michielsen dient haar taak als onafhankelijke bijzondere curator naar eigen inzichten te verrichten, zonder daarbij gebonden te zijn aan opvattingen van de bijzondere curator die zij opvolgt. Het hof vertrouwt mr. Beukering-Michielsen de haar opgedragen taak volledig toe.
3.6.
Op grond van artikel 2:12 BW Pro dient in afstammingszaken de minderjarige die verzoeker of belanghebbende is, te worden vertegenwoordigd door een bijzondere curator die wordt benoemd door het gerecht dat over de zaak beslist. Het hof zal mr. Beukering-Michielsen benoemen als opvolgend bijzondere curator en haar opdragen om vóór 30 januari 2020 een schriftelijk verslag aan het hof te doen toekomen met betrekking tot het verzoek van de man in hoger beroep om hem vervangende toestemming te verlenen tot erkenning van [minderjarige] Meerzorg. Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld om binnen twee weken na toezending door de griffier van het verslag van de bijzondere curator schriftelijk hun reactie hierop te geven, waarna de zaak op een nader te bepalen zitting zal worden behandeld.
3.7.
Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

4.De beslissing

Het hof:
ontslaat mr. J. Stappaerts-Zijlmans, kantoorhoudende te [postcode] [kantoorplaats] aan de [adres] als bijzondere curator over [minderjarige] en
benoemt in haar plaats tot bijzondere curator over:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] ,
mr. C.F.L. Beukering-Michielsen, kantoorhoudende te [postcode] [kantoorplaats] aan de [adres] ;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
draagt mr. Beukering-Michielsen op een schriftelijk verslag uit te brengen vóór 30 januari 2020;
bepaalt dat de griffier van dit hof:
  • ervoor zorgdraagt dat de bijzondere curator de beschikking krijgt over de actuele adresgegevens van de belanghebbenden;
  • ervoor zorgdraagt dat de bijzondere curator de beschikking krijgt over het procesdossier;
  • een afschrift van het verslag van de bijzondere curator aan partijen en de raad zal toezenden;
bepaalt dat partijen en de raad tot uiterlijk twee weken na toezending van het verslag van de bijzondere curator schriftelijk kunnen reageren, waarna de zaak op een nader te bepalen zitting zal worden behandeld;
houdt de zaak voor het overige aan voor dagbepaling mondelinge behandeling pro forma tot 15 februari 2019;
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C.E. Ackermans-Wijn, E.L. Schaafsma-Beversluis en H. van Winkel en is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.