Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende was in de jaren 2013, 2014 en 2015 in loondienst en beschikte over een door de werkgever ter beschikking gestelde auto. De Inspecteur had een eerder afgegeven verklaring geen privégebruik auto ingetrokken en navorderingsaanslagen opgelegd wegens privégebruik van de auto’s. Belanghebbende had geen kilometeradministratie bijgehouden en maakte bezwaar tegen de aanslagen.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigt deze uitspraak. Het Hof overweegt dat belanghebbende geen nieuwe feiten of bewijs heeft aangevoerd en dat het aan hem is om aan te tonen dat het privégebruik minder dan 500 kilometer per jaar bedroeg. De intrekking van de verklaring in 2012 staat los van de navorderingsaanslagen. De Inspecteur mocht het voordeel privégebruik in aanmerking nemen.
Het Hof wijst ook het verzoek tot vergoeding van griffierecht af en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 17 oktober 2019 en is ter openbare zitting uitgesproken.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de navorderingsaanslagen wegens privégebruik auto en wijst het beroep van belanghebbende af.