Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[veroordeelde],
BESLISSING
€ 180.000,00 (éénhonderdtachtigduizend euro).
€ 180.000,00 (éénhonderdtachtigduizend euro).
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant inzake een ontnemingsvordering ex artikel 36e Wetboek van Strafrecht, heeft het hof het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €180.000,-. De zaak betreft witwassen waarbij veroordeelde op luchthaven Schiphol werd betrapt met een groot geldbedrag dat volgens het hof uit misdrijf afkomstig is.
De verdediging voerde primair aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens detournement de pouvoir, omdat het witwassen niet als strafbaar feit werd vervolgd maar wel in de ontnemingsprocedure werd betrokken. Dit verweer werd verworpen omdat de wettelijke regeling van artikel 36e lid 3 Sr dit toelaat en geen strijd oplevert met artikel 6 EVRM Pro of jurisprudentie.
Subsidiair voerde de verdediging aan dat het niet aannemelijk was dat veroordeelde het geldbedrag bij zich had. Het hof achtte de verklaringen van beveiligingsmedewerkers en de verdachte zelf, die het bedrag noemde, voldoende betrouwbaar en verwierp het verweer. Het hof stelde vast dat het voordeel van €180.000,- wederrechtelijk is verkregen en legde de betalingsverplichting aan veroordeelde op.
Hoewel de redelijke termijn is overschreden, werd dit gecompenseerd door strafvermindering in de gelijktijdig behandelde strafzaak. Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en deed opnieuw recht met oplegging van de ontnemingsverplichting van €180.000,-.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €180.000,- en legt de betalingsverplichting aan veroordeelde op.