ECLI:NL:GHSHE:2019:3503

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
26 september 2019
Publicatiedatum
26 september 2019
Zaaknummer
200.256.941_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep arbeidsrecht: ontbindingsverzoek werkgever niet ontvankelijk wegens niet ingetreden voorwaarde

In deze arbeidsrechtelijke procedure stond het hoger beroep centraal tegen een beschikking van de kantonrechter Limburg, waarin het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet was afgewezen. De werknemer was op 27 augustus 2018 op staande voet ontslagen door de werkgever. De werknemer verzocht vernietiging van dit ontslag, waarop de werkgever een voorwaardelijk ontbindingsverzoek indiende voor het geval het ontslag niet zou standhouden.

De kantonrechter wees het verzoek van de werknemer af en verwierp het voorwaardelijk ontbindingsverzoek van de werkgever omdat de voorwaarde, namelijk het niet-standhouden van het ontslag op staande voet, niet was ingetreden. De werknemer ging in hoger beroep tegen deze beschikking en verzocht herstel van de arbeidsovereenkomst.

Het hof oordeelde dat het hoger beroep van de werkgever uitsluitend gericht was op ontbinding van de arbeidsovereenkomst indien de werkgever werd veroordeeld tot herstel. Het hof stelde vast dat de voorwaarde waaronder het ontbindingsverzoek was ingesteld niet was ingetreden, waardoor het verzoek niet in behandeling kon worden genomen. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees de verzoeken van de werknemer af, waarbij het hof afzag van een proceskostenveroordeling in hoger beroep.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter en wijst het voorwaardelijk ontbindingsverzoek van de werkgever af omdat de voorwaarde niet is ingetreden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
Uitspraak : 26 september 2019
Zaaknummer : 200.256.941/01
Zaaknummer eerste aanleg : 7352082 \ AZ VERZ 18-182
in de zaak in hoger beroep van:
[de vennootschap],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
hierna aan te duiden als [appellante] ,
advocaat: mr. A.W.J.D. Ray-Engels te Roermond,
tegen
[verweerder] ,
wonende te [woonplaats] , België,
verweerder,
hierna aan te duiden als [verweerder] ,
advocaat: mr. M.B. van Voorthuizen te Utrecht.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 21 december 2018.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en producties, ingekomen ter griffie op 21 maart 2019;
  • het verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 26 juni 2019;
  • een brief van [appellante] met producties 19 tot en met 22, ingekomen ter griffie op 29 augustus 2019;
- de op 12 september 2019 gehouden mondelinge behandeling, waarbij zijn gehoord:
- [appellante] , vertegenwoordigd door [HR-adviseur] (HR-adviseur), bijgestaan door mr. Ray-Engels;
- [verweerder] , bijgestaan door mr. Van Voorthuizen.
en waarbij de advocaten van partijen pleitnota’s hebben voorgedragen en overgelegd.
2.2.
Het hof heeft daarna een datum voor beschikking bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken.

3.De beoordeling

3.1.
In deze zaak gaat het om het volgende.
3.1.1.
[verweerder] was in dienst van [appellante] op grond van een arbeidsovereenkomst. [appellante] heeft [verweerder] op 27 augustus 2018 op staande voet ontslagen.
3.1.2.
[verweerder] heeft een verzoekschrift ingediend inhoudende onder meer het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet. Daarop heeft [appellante] bij de kantonrechter een voorwaardelijk ontbindingsverzoek ingediend, namelijk voor het geval het ontslag op staande voet geen stand zou houden.
3.1.3.
De kantonrechter heeft het verzoek van [verweerder] tot vernietiging van het ontslag op staande voet afgewezen bij beschikking van 21 december 2018 met zaaknummer 7301958 \ AZ VERZ 18-170. Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het voorwaardelijk ontbindingsverzoek afgewezen, omdat de voorwaarde waaronder dit verzoek is ingediend niet is ingetreden nu het ontslag op staande voet in stand is gebleven.
3.1.4.
[verweerder] is hoger beroep gegaan tegen de beschikking van 21 december 2018 met zaaknummer 7301958 \ AZ VERZ 18-170. Hij verzoekt in dat hoger beroep onder meer herstel van de arbeidsovereenkomst.
3.2.1.
Het hoger beroep van [appellante] in de onderhavige procedure strekt er (uitsluitend) toe dat het hof de arbeidsovereenkomst ontbindt, voor het geval [appellante] wordt veroordeeld tot herstel van de arbeidsovereenkomst over te gaan, en de ontbindingsdatum bepaalt op de datum per wanneer [appellante] de arbeidsovereenkomst dient te herstellen dan wel een andere door het hof in goede justitie te bepalen datum.
3.2.2.
[verweerder] heeft verweer gevoerd tegen dit voorwaardelijk ontbindingsverzoek van [appellante] in hoger beroep en heeft zijnerzijds verzoeken gedaan voor het geval het hof zou overgaan tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
3.3.
In het hoger beroep tegen de beschikking van 21 december 2018 met zaaknummer 7301958 \ AZ VERZ 18-170, doet het hof heden ook uitspraak. Die uitspraak houdt in dat de bestreden beschikking wordt bekrachtigd en dat de verzoeken van [verweerder] worden afgewezen. Het hof gaat dus niet over tot herstel van de arbeidsovereenkomst. Dit betekent dat de voorwaarde waaronder het ontbindingsverzoek in hoger beroep is ingesteld niet is ingetreden.
3.4.
Het vorenstaande brengt mee dat het ontbindingsverzoek van [appellante] niet in behandeling wordt genomen, nu de voorwaarde waaronder het is ingesteld niet is ingetreden. Aan de behandeling van de (voorwaardelijke) verzoeken van [verweerder] komt het hof derhalve ook niet toe.
3.5.
De bestreden beschikking zal worden bekrachtigd, nu daartegen geen grieven zijn gericht. Gelet op de uitkomst van deze procedure en de samenhang met de zaak met zaaknummer 7301958 \ AZ VERZ 18-170 ziet het hof aanleiding een proceskostenveroordeling in hoger beroep achterwege te laten.

4.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de bestreden beschikking;
verstaat dat de voorwaarde waaronder het ontbindingsverzoek van [appellante] in hoger beroep is ingesteld niet is ingetreden en dat het ontbindingsverzoek niet in behandeling wordt genomen;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.P. de Haan, J.M.H. Schoenmakers en B. Kloppert en is in het openbaar uitgesproken op 26 september 2019.