Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.ING Bank NV,gevestigd te [vestigingsplaats] ,hierna aan te duiden als ING,advocaat: mr. E.C. Netten te Amsterdam,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde 2]
advocaat: mr. J.J. Vetter te Amsterdam,
[geïntimeerde 3] ,wonende te [woonplaats] ,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde 3] ,
advocaat: mr. E.A.M. van Lierop te Waalre,
a. [geïntimeerde 4] ,b. [geïntimeerde 5] ,c. [geïntimeerde 6] ,wonende te [woonplaats] ,
allen in hun hoedanigheid van gezamenlijk vereffenaars van de nalatenschap van voormalig geïntimeerde [voormalig geintimeerde] , overleden te Sittard-Geleen op 14 juli 2017, laatstelijk wonende te [woonplaats] ,
hierna aan te duiden als [geintimeerden 4 t/m 6] ,
advocaat: mr. J.L.E. Marchal te Maastricht,
5.Het verdere verloop van de procedure
- de memorie van antwoord aan de zijde van [geintimeerden 4 t/m 6] , die abusievelijk niet is vermeld in voornoemd tussenarrest;
- het tussenarrest waarbij het hof een pleidooi heeft gelast;
6.De beoordeling
“Feiten gesteld in procedure A worden door de rechtbank getransporteerd naar de procedures B, C en D (zoals gebeurt in rov. 2.7)”, aldus [appellant] (einde toelichting grief I).